Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillend in karaktereigenschappen, hoewel beide in de wildernis planteneters waren. Maar het paard is in tegenstelling met het rund een vluchtende planteneter, die dan ook zijn heil zoekt in de vlucht. Het rund in de wildernis is daarentegen een weerbare en zich verdedigende planteneter, die in den bloei zijner jeugd voor geen enkel roofdier uit den weg gaat. Hierover zal zoo aanstonds nog meer in bijzonderheden worden gesproken.

Hond en kat hebben nu als oorspronkelijke roofdieren een aantal punten van overeenkomst, zooals het begraven van hunne uitwerpselen, waarover wij reeds vroeger hebben gesproken. Als roofdieren komen zij verder ook hierin overeen, dat zij, zoodra hunne zintuigen iets levends ontdekken, onmiddellijk nieuwsgierig zijn, of er niets voor hen te vangen is, waaraan zij zich kunnen te goed doen. Dit is trouwens een kenmerkend verschil tusschen plantenetende dieren en roofdieren. Als de eerste hoort, dat zich iets ongewoons beweegt, gaat hij meestal op de vlucht, zooals het paard, of hij vermoedt, dat hem gevaar dreigt, zooals het rund. Want beide weten, dat planten niet loopen en geen geluiden doen hooren. Het roofdier is echter volmaakt onverschillig voor de onbewegelijke plantenwereld, doch het hoopt op buit, zoodra het hoort, dat zich iets beweegt. Het verschil tusschen hond en kat openbaart zich in het volgende. Opdat het roofdier in het leven kunne blijven, moet het andere dieren buitmaken en opvreten. Dit buitmaken kan nu op verschillende wijzen geschieden. Men kan met open vizier strijden, of men kan het langs slinksche wegen trachten te doen.

Wilde honden, hyaena's, wolven enz. volgen steeds den eersten weg, zij vervolgen een stier zóó lang, totdat deze afgemat is en kan worden overweldigd. Hierbij is natuurlijk niet uitgesloten, dat zij daarbij tevens van een aantal listen gebruik maken. Het voortdurende loopen is een vervelend werk, daarom besluit b.v. de wolf gewoonlijk alleen dan daartoe, als de honger hem geen

4 *

Sluiten