Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij die apen door list wil meester worden, moet zeer voorzichtig te werk gaan; vooral in het bosch zijn zij veel meer te hooren dan te zien. Het vereischt langdurige oefening, eer het oog geschikt is geworden, de bewegelijke, handige en geoefende gymnastici in de boomen te herkennen, en maar al te dikwijls verkondigen angstige en toornige waarschuwende kreten, dat zij hun vijand vroeger hebben herkend."

Omgekeerd is ook de slechte reukzin der scherpziende kattensoorten de aandacht der jagers niet ontgaan. Daarover vindt men de volgende opmerkingen 1):

„Voor een geoefenden jager", zegt Rengger, is het volstrekt geen zeldzaamheid, den jagoear op zijne jachttochten te kunnen waarnemen, vooral langs de rivieren. Men ziet hem dan sluipen naar den oever, waar hij vooral jacht maakt op de waterzwijnen en de vischotters Van tijd tot tijd blijft hij staan als om te luisteren en ziet hij opmerkzaam om zich heen ; maar nooit kon ik opmerken, dat hij, geletd door den reuk, met den neus op den grond het spoor van een wild had vervolgd."

Zoo is dus de „speurende tijger," waarvan bij zoovele tijgerjachten wordt melding gemaakt, niets dan een beeld der fantasie. Zooals de hazewindhonden echter een uitzondering maken onder de honden, zoo maakt de civetkat eene uitzondering onder de katten, daar zij, wat de verhouding harer zintuigen betreft, eer tot de honden zou moeten worden gerekend.

Bijziendheid of zwakte van gezichtsvermogen ?

Opzettelijk heb ik de inededeelingen van uitnemende natuuronderzoekers over het slechte zien van een aantal dieren letterlijk aangehaald, opdat de welwillende lezer, die gewoonlijk de geciteerde werken niet bij de hand heeft, zou kunnen zien, dat

1) Brehm, derde druk. Deel I, blz. 412.

2) Zie ook Brehm, derde druk. Deel I, blz. 127.

Sluiten