Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen zien als de aap, die scherp van gezicht is, even verliefd als deze in den spiegel kijken. Evenzoo zou hij, evenals deze, beelden van voorwerpen of andere wezens in den spiegel moeten herkennen, wat inderdaad echter niet het geval is. Den doorslag echter geeft hier het feit, dat hij op den kortst mogelijken afstand zijn meester nog besnuffelt, en dus zelfs op den kortsten afstand nog niet op zijne oogen vertrouwt. Daar men bij andere slechtziende dieren dezelfde waarnemingen kan maken, blijkt het, dat men hier met zwakte van gezicht en niet met bijziendheid te doen heeft.

Het is hier de plaats, om over het wezen en de beteekenis van de zwakte van gezicht en de bijziendheid eenige opmerkingen te maken. Het is namelijk verbazend, welke vreemde voorstellingen bij menschen met normaal gezichtsvermogen heerschen over het gezichtsvermogen van menschen met zwakke oogen. Ik herinner mij het geval van iemand, die in vollen ernst meende, dat een bijziende de zon niet kon zien, omdat deze zoo ver verwijderd is. Ik ben zelfs overtuigd, dat het reeds lang eene algemeen doorgedrongen meening van alle jagers zoude zijn, dat het wild slecht ziet, als deze niet bijna allen zonder uitzondering over voortreffelijke oogen konden beschikken. Daar de schrijver van dit boek omgekeerd als bijziende er over weet mede te spreken, hoe dikwijls hij in de schooljaren voor dom werd gehouden, hoewel uitsluitend het slechte zien de oorzaak was van het schijnbaar onvoldoende zijner vorderingen, zoo is juist die omstandigheid de aanleiding geweest, te onderzoeken, of niet het schijnbaar onverstandige en komieke optreden der dieren in een ontelbaar aantal gevallen moet worden teruggebracht tot dezelfde oorzaak. Het eerst werd ik door een hond, dien wij bij ons tehuis hadden, op dat denkbeeld gebracht. Ik wist zeker, hoe zeer hij zich verheugde, als hij mij zag, en was zeer verbaasd, dat hij mij, als ik onbewegelijk tegenover hem stond aan de overzijde der straat, aan mijn uiterlijk niet

Sluiten