Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugweg naar hun legerkamp vonden. In Oost-Afrika, waar de zon des middags bijna in het zenith staat, is de bepaling der hemelstreek naar dit kenteeken niet zoo eenvoudig als bij ons. Ik geloof ook niet dat zij zich naar de zon oriënteerden; zij wisten eenvoudig — daar is het legerkamp, al bevonden wij ons ook, op mijlen afstand, in wildvreemde streken. Wie zal kunnen doorgronden, hoe deze opgaven omtrent de richting, die steeds juist bleken te zijn, tot stand komen ? Wie zal kunnen verklaren hoe de verschillende soorten van wild in het oerwoud op de eindelooze grassteppe steeds hunne woonplaats terugvinden ? Ik geloof zelfs niet, dat de voorstellingen, die den juisten weg aangeven, zich in het bewustzijn afspelen, evenmin als wij alle dingen, die ons oog opneemt, met bewustheid zien, en met bewustheid alle tonen hooren, die op ons gehoor werken. Menschen, die zich veel in de vrije natuur bewegen, hebben, als zij in het diepe van een bosch indringen, zonder dat zij eene hemelstreek kennen of zich aan bepaalde merkteekenen kunnen vasthechten, het gevoel — dit is de richting, die wij moeten volgen ! Wel zal men zich daar wel eens bij vergissen; maar toch — hoe ontstaat dan toch dit gevoel, dat den wilde, die zijn geheele leven in de vrije natuur doorbrengt, nooit in den steek laat ? Men zou bijna geneigd zijn te gelooven aan een zesde zintuig, den plaatszin, dat bij een cultuurmensch gedeeltelijk volkomen is verdwenen, gedeeltelijk nog slechts in rudimentairen zin aanwezig is, als men dat aan het fabelachtige grenzende orienteeringsvermogen der natuurvolken, dat het kompas volkomen kan vervangen, in de wildernis practisch heeft leeren kennen."

Ter loops zij opgemerkt, dat alle vogels, zoo onder andere de postduiven, zich door hunne uitstekende oogen orienteeren. Wij komen hierop nog terug.

Indien de plaatszin een teeken van verstand was, dan zou evenzoo de zwemkunst dit moeten zijn. Eenige apen-

Sluiten