Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als in onze bosschen plotseling eene sterk sprekende kleur op den voorgrond treedt, die anders niet voorkomt, zooals onder andere een rood of geel of zelfs ook wel wit pand van een jas, dan wordt deze zelfs door een bijziende op een paar honderd pas waargenomen. Daar dit dikwijls door jagers is opgemerkt, meenen zij ten onrechte, dat de vos, het hert enz. goede oogen heeft.

3°. De verwisseling met het gehoor. Wij behoeven ons hier niet met de scherpte van het gehoor op zichzelf bij de dieren bezig te houden. Daar het gehoor echter ten gevolge van de belangrijkheid van het zintuig een groote rol pleegt te spelen bij het onderzoeken eener gebeurtenis, wensch ik hier de opmerking te maken, dat naar mijn persoonlijke meening, die ik echter voor beter geef, alle dieren minstens even goed hooren als de mensch, en gewoonlijk zelfs scherper. Men mag daarom ook vermoeden, dat zij aardschokken eer waarnemen dan de mensch. Doch hierbij mag men het vroeger (blz. 55) besproken karakter van een dier niet buiten aanmerking laten. Een ree hoort niet beter dan een everzwijn, hoewel de ree wegvlucht en het everzwijn onbewegelijk blijft; maar een vluchtend plantenetend dier, dat zijn heil zoekt in de vlucht, en niet zooals de haas plat op den buik gaat liggen, zal, zoodra het een mensch hoort, het op een loopen zetten, terwijl weerbare dieren zooals de buffel, de eland, het everzwijn enz. in het volle vertrouwen op hunne kracht rustig de dingen afwachten, die zullen komen.

Bij dieren van het woud, tot wie men nadert, is het dwaalbegrip, dat het dier den aankomenden jager door het gezicht heeft waargenomen, wanneer de wind ongunstig is, gemakkelijk te begrijpen. Inderdaad is de waarneming geschied door het gehoor.

Het bewijs voor de juistheid dier meening kan aldus worden geleverd :

Waarom is men er bij dieren, die veelvuldig in de vlakte

Sluiten