Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(blz. 54) besproken verschil tusschen loopende en sluipende roofdieren, tusschen weerbare en vluchtende planteneters en dergelijke verschillen uit het oog verloren worden. Kunnen wij bijvoorbeeld beoordeelen, of een haas, die onzinnig bij de jacht tusschen onze beenen wil doorloopen, niet zeer verstandig handelt, daar hij juist met de grootste moeite aan een vos is ontsnapt en voor den vos nog grooter angst heeft dan voor ons geweer?

Ten slotte nog ééne opmerking: Het is eene dwaling, die telkens en onder verschillende omstandigheden terugkomt, dat men bij de vraag, of geuren aangenaam of onaangenaam zijn, steeds uitgaat van het standpunt van den cultuurmensch, terwijl het standpunt der dieren klaarblijkelijk een geheel ander is. Evenals de hond met voorliefde uitwerpselen besnuffelt, waarvan wij ons met afschuw en walging afkeeren, zoo moet men ook aannemen, dat de verpestende stank van het stinkdier dat dier allerheerlijkst toeschijnt.

Als men op al deze feiten het oog houdt, dan zou het voor de hand liggen, dat het niet zoo gemakkelijk is, zich een juist beeld te vormen van de scherpte van het eene of andere zintuig bij een dier. Doch in werkelijkheid is de zaak niet zoo erg, als het wel lijkt. Als bijvoorbeeld vossen, hyaena's, beren, honden en andere dieren begraven lijken loswoelen en opgraven, dan moeten zij een fijnen neus hebben ; immers het oog laat hen hier in den steek, evenals het oor, dus kunnen alleen de reukorganen hier een rol vervullen.

Als kraaien of vogels zouden kunnen speuren, dan zouden zij evenzoo een lijk, dat diep in de sneeuw begraven is, moeten kunnen ontdekken.

Dergelijke proeven kunnen nu betrekkelijk gemakkelijk genomen worden. Men neemt b.v. het lievelingsvoedsel van een dier, zooals bij kanaries hennepzaad, en plaatst dit in een doosje. Bovendien neemt men omstreeks een half dozijn derge-

Sluiten