Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reuk van de kalk of door het nieuwe pleisterwerk. Volkomen terecht neemt men dan ook aan, dat het rund, dat men in den slachtstal voert, niet daarom verschrikt opkijkt, omdat het een vreemd gebouw moet binnentreden, maar dat het de lucht van het bloed is, dat hij met zijn fijnen neus speurt.

De zoogenaamde domheid der rupsen.

Op dezelfde wijze kan de zoogenaatnde domheid der rupsen verklaard worden 1).

Voor eenige jaren heeft namelijk Dr. A. G. Mayer, werkzaam aan de biologische afdeeling der Academie van wetenschappen te New-York, zeer interessante proeven met vlinders genomen. Die proeven werden genomen met het doel, om bij de rupsen der vlinders na te gaan, of zij ook soms verschijnselen van . den geest vertoonden, die zouden kunnen wijzen op eenig geheugen bij die dieren, en zoo ja, hoe lang die verschijnselen duurden. Bij de ééne reeks van proeven plaatste de onderzoeker de rupsen in een houten doosje, dat door een tusschenwand in twee afdeelingen was gescheiden; die twee afdeelingen waren echter verbonden door eene kleine opening in den wand. In de ééne afdeeling werd vochtige aarde gebracht, met eenige levende planten voor de voeding der dieren; de andere afdeeling bleef leeg; de rupsen werden nu in de laatste afdeeling geplaatst, en zij vonden den weg naar het voedsel door de kleine opening in den tusschenwand. Merkwaardig was het verschijnsel, zoo deelt de waarnemer mede, dat de rupsen niet leerden hun reis naar het voedsel te bekorten. Zonder vast plan gingen zij steeds zoekend rond, totdat zij toevallig bij den ingang waren gekomen. Toch hadden zij klaarblijkelijk eenigszins het vermogen, de nabijheid van het voedsel te speuren, want slechts zeer zelden betraden zij de naburige

1) Vossische Zeitung No. 355, 1 Augustus 1902.

Sluiten