Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hondenbloed heeft besmeerd. Want tallooze neusdieren vinden den reuk van bloed van dieren van dezelfde soort of van verwante soorten afgrijselijk. Daaruit worden verder de verhalen van Wissmann duidelijk, die mededeelt, dat olifanten een klagend geluid voortbrachten, als zij een gedooden makker speurden, en dat zijn paard niet in de nabijheid van het lijk van een zebra kon worden gebracht.

Daarom kan men neusdieren (buffels, beren enz.) door neusringen pijnigen, honden, wolven enz. door een slag op den neus bedwelmen, terwijl vogels, die niet kunnen speuren, zeer ongevoelig zijn op de plaats, waar zich hunne neusgaten bevinden.

Daarom moeten apothekers, drogisten, handelaren in sigaren en tabak geen honden in hun winkel houden.

Daarom moet men bij neusdieren als insectenpoeder geene scherp riekende stoffen kiezen. Als zelfs bladen aan de jacht gewijd nog niet zoo lang geleden een oud petroleumvat als de meest geschikte verblijfplaats voor een hond prezen, dan ziet men daaruit, hoe weinig zelfs vaklieden op de hoogte zijn van die grondbeginselen.

Daarom is het voor den hond een ondragelijk lijden, als hij door het stinkdier geraakt wordt.

Ik wil hierbij eene anecdote vermelden, die voor eenige jaren in verschillende bladen de rondte deed.

yagoear en stinkdier.

Een zeer bekende grap van een niet minder bekenden professor uit Berlijn werd voor eenigen tijd door de dagbladen weder opgehaald. In het kort luidt deze aldus: De geleerde was gewoon te wijzen op het verdedigingswapen van het stinkdier in de volgende bewoordingen : Onbevreesd kruist het stinkdier het pad van den jagoear, vertrouwend op de macht zijner stinkklieren". Bij het examen was hij er, vooral als hij goed geluimd was, op gesteld, dat de examinandi die wijsheid in dezelfde bewoordingen herhaalden. Dat was natuurlijk bij de

Sluiten