Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boomkruipertje op dezelfde wijze. Zijn fijne reuk wijsl hem zoojuist aan, of de noot vol is of niet, dat hij nooit een leege afbreekt".

Volgens het voorgaande zouden er dus werkelijk vogels zijn met een scherpen reukzin, want hoe zou men anders het niet te loochenen feit, dat het boomkruipertje zich nooit aan een leege noot laat gelegen liggen, kunnen verklaren ? Hij kan niet zien, dat de noot hol is, evenmin kan hij het hooren — dus blijft niets anders over dan dat hij het ruikt.

En toch hebben wij ook hier weder met een dwaling te doen, daar uit juiste waarnemingen een onjuiste gevolgtrekking is afgeleid. Het is weer het oude anthropocentrische standpunt, dat wil zeggen het standpunt, waarbij alles beschouwd wordt naar de opvattingen van den mensch, waaruit weder een dwaling van beteekenis is ontstaan. Wij letten allen op onze verhouding tegenover de noot, en niet op die van den vogel, en daarop komt dan toch ten slotte alles aan.

Het gemiddelde gewicht eener volle hazelnoot is ongeveer drie gram, dat van eene leege iets minder dan twee gram, zooals ik zelf door eigen onderzoek heb ervaren. Nemen wij nu aan, dat een volwassen mensch 75 kilogram weegt, dan is de verhouding tusschen het gewicht der noot en zijn gewicht, naarmate deze vol dan wel leeg is, 26^00- of i0l00 ; dat verschil is natuurlijk zóó klein, dat het voor den mensch in het geheel niet in rekening komt.

Bij het boomkruipertje is de toestand echter een andere. Zijn gemiddelde gewicht bedraagt ongeveer 15 gram; hij is immers niet grooter dan een kanarievogel, die ook 15 gram weegt. Hier is dus de verhouding tusschen het gewicht van de noot en clat van den vogel bij een leege noot iets minder dan i2-,, bij een volle noot ,35-; het verschil bedraagt dus meer dan -Jj- (gemiddeld /._>) van zijn eigen gewicht. Deze verhouding zou dus bij den mensch een gewicht vertegenwoordigen van bijna 6 kilogram.

Sluiten