Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gieren van verren afstand toevliegen op hun lekker hapje, dat zij door middel van hunne scherpe oogen hebben waargenomen, zoo ook oriënteert zich de postduif uitsluitend door het gezicht. Het verschil in meening is hoofdzakelijk daaruit ontstaan, dat het ons menschen zoo moeilijk wordt, ons te verplaatsen in den toestand van een dier. Iedereen is wel eens op een toren of berg geweest en weet, welk een afstand men daar overzien kan. Bij het uitnemend gezichtsvermogen der duiven kan men als tamelijk zeker aannemen, dat een postduif, die in Berlijn bij helder weer opstijgt, niet alleen Spree en Havel, maar ook Elbe en Oder, waarschijnlijk zelfs Oostzee en Noordzee kan zien Groote meren, rivieren, bergen, bosschen en dergelijke moeten dus voor alle duiven over eene uitgestrektheid van mijlen ver bekende zaken zijn, daar zij deze bijna dagelijks zien. Daarom laat men dan ook de duiven eerst kleine en daarna groote tochten maken, en daarom aarzelen duiven, die opgelaten worden, bij nevelachtig weder ook over de richting, waarin zij moeten vliegen, i).

Kunnen natuurvolken speuren ?

Volgens de door mij gegeven theorie is het absoluut onmogelijk, dat natuurvolken zouden speuren; immers dan zouden zij behalve scherpe oogen ook nog een gevoelig reukorgaan moeten hebben. Ik zal hier de onjuistheid der opvattingen van mijne bestrijders trachten aan te toonen. 2)

De reden, hoe men tot zulk een opvatting gekomen is, ligt voor de hand. Reeds herhaaldelijk werd er op gewezen, dat de zintuigen der natuurvolken, zooals b.v. die der Indianen, beter zijn dan die der cultuurvolken. Een bijziend Indiaan is

1) Zie ook mijn uitvoerig artikel over dit onderwerp in de „Leipziger Illustrierte Zeitung", van 18 September 1902, No. 3090.

-_) Zie ook Deutsche Welt No, 19 v«in 8 B'el)ru»iri 1903

Sluiten