Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gevangenschap zeer goed bij voortduring uithouden, doch zij wordeii, als zij oud geworden zijn, stekeblind.

De zebra's hebben evenals de paarden de neiging blind te worden. In den Berlijnschen dierentuin bevindt zich een bastaard van een zebra en een ezel. De oppasser maakte er mij opmerkzaam op, dat dit dier, niettegenstaande het nog zeer jong was, reeds blind was.

Bevers en zeehonden zien eveneens slecht. Ook bij deze dieren komt op ouderen leeftijd dikwijls blindheid voor. Vorst Max von Wied vond een tammen bever op Fort Union „zoo groot als een zwijn van twee jaar, maar blind." Deze liep door het geheele huis rond en was zeer vertrouwelijk met personen, die hij kende, doch probeerde iedereen, dien hij niet kende, te bijten. Brehm geeft het volgende voorbeeld van het slechte gezicht van een bever i): Een bever hield een jachthond van een houtvester, die naar hem toe kwam zwemmen, voor een soortgenoot, en eerst in diens onmiddellijke nabijheid gekomen, bemerkte hij zijne dwaling, waarna hij verschrikt weer onderdook. De toestand is bij dieren, waarvan de oogen scherp en de neus stomp is, een geheel andere.

Van de roofdieren worden de katachtige dieren, wier voornaamste orgaan het oog is, slechts uiterst zelden blind. Hiertoe behooren de leeuw, de tijger, de luipaard, de jagoear, de poema, de los enz. De jachtpanter, die eene merkwaardige plaats inneemt tusschen de katten en de honden, behoort naar den bouw zijner zintuigen tot de katten. Evenals bij den hazewindhond, is ook bij dit snelvoetige dier het oog het voornaamste zintuig.

Vogels zien uitstekend, doch kunnen niet speuren. Ook bij hen is het een zeldzaamheid, dat zij ten gevolge van een inwendige ziekte blind worden. In den Berlijnschen zoölogischen tuin is een struisvogel, die slechts één oog heeft, maar het is duidelijk

1) Deel II, blz. 471, derde druk.

Sluiten