Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzienlijk; de door Paschen gevelde gorilla woog, zooals beweerd werd, vijf centenaars. De jachtpanter, een tusschenvorm tusschen hond en kat, is op korte afstanden een zóó voortreffelijk looper, dat hij door de inboorlingen wordt getemd, om op antilopen en ander wild te jagen. Nooit zeker heeft een menschelijk oog een beer en een gorilla in vrijen staat bij elkander gezien, daar de beer in Afrika bijna niet voorkomt, en zeker niet aan de westkust. Toch kan men met zekerheid beweren, dat de beer beter kan loopen dan de aap, daar de gorilla zonder eenigen twijfel beter klimmen kan. Men kan dus wel deze wet vaststellen : Groote handigheid in het klimmen, graven, zwemmen enz. gaat steeds gepaard met mindere geschiktheid om te loopen.

De ijsbeer is een voortreffelijk zwemmer, maar hij kan in de verste verte niet wedijveren met den zeehond. Dit blijkt reeds hieruit, dat de beer een rob alleen dan kan vangen, als hij hem den terugtocht naar het water afsnijdt, door tegen den wind te zwemmen en plotseling in een opening in het ijs boven te komen. Daarom is de zeehond op het land een zeer onbeholpen wezen, terwijl de ijsbeer evenals zijne neven een tamelijk goed looper is.

Bij dieren, die dezelfde vaardigheid hebben, bemachtigt het roofdier zijn prooi door volharding. Wilde honden b. v., die in het wild levende eenhoevige dieren vervolgen als zebra's of antilopen, wier voornaamste vaardigheid eveneens het loopen is, bereiken in den regel hun doel daardoor, dat een deel de vervolging op zich neemt, een ander deel iedere kromming in den weg afsnijdt. Daar nu het vervolgde dier geen volkomen rechte lijn volgt, is het meestal verloren. Op dezelfde wijze vermoeit de marter het eekhoorntje, door de vervolging vol te houden, want beide dieren zijn op zich zelf voortreffelijke klimmers.

Een vergelijkende blik op de vogels leert, dat de bouw van

Sluiten