Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemd, want in die streek (Oost-Stiermarken, Stift Vorau) zitten de auerhanen dikwijls op boomen op de chaussee en laten zich door het knallen van de zweep niet verjagen. De dolle auerhaan echter had zich blijkbaar verliefd in de jonge boerin; hij bezocht haar in kamer en keuken, bekommerde zich volstrekt niet om de menschen, vloog hoogstens soms een jager op den rug, liet zich door de vrouw streelen en voederen, maakte op bevel kunstjes en kwam, als zij hem riep, uit het bosch. Doch gedurende den winter was hij slechts zelden te zien. Thans is hij echter weer met zijn merkwaardig gedrag bezig."

Het uitvoerigst zijn de betrekkingen tusschen de verschillende geslachten bij de apen waargenomen. Het schijnt niet toevallig te zijn, dat een vrouwelijke baviaan, die in het bezit was van Brehm, zich alles van hem liet welgevallen. Hij schrijft daarover het volgende !):

„Hare genegenheid voor mij ging alles te buiten. Ik kon doen wat ik wilde: hare liefde voor mij bleef zich steeds gelijk. Zooals het scheen, achtte zij mij in alle mogelijke gevallen volkomen onschuldig aan alle rampen, die haar overkwamen. Als ik haar moest tuchtigen, was zij nooit woedend op mij, maar steeds op diegenen, welke toevallig aanwezig waren, waarschijnlijk omdat zij meende, dat deze de schuld droegen aan hare bestraffing. Onder alle omstandigheden gaf zij aan mij de voorkeur boven al hare kennissen : zoodra ik naderde werd zij onmiddellijk vijandig gezind tegen diegenen, die zij zoo even nog had geliefkoosd."

Omgekeerd wordt van de mannelijke anthropomorfe apen algemeen medegedeeld, dat zij gaarne vrouwen rooven. Bekend is het kunstwerk van Frémiet, dat een gorilla voorstelt, die een geroofde vrouw wegdraagt. Niet lang geleden heeft Professor Eberlein een kolossalen gorilla gemodelleerd, die glimlachend een op den grond liggende schoone vrouw bekijkt.

1) Deel I, blz. 156.

Sluiten