Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarbij komt, dat de grondlegger en de meeste voorname philosofen der Stoa Semieten waren, en dus behoorden tot het ras waaronder drie wereldgodsdiensten zijn ontstaan. Mogelijk staat de vasthoudendheid aan de godsdienstige denkbeelden ook binnen de philosofie met het ras in verband. Men vergelijke den afkeer der Stoïci van abstracties op logisch en physisch gebied. Vooral echter het feit dat de Stoa tot Komeinsche „staatskerk" (Mommsen) werd en dat wel juist om haar godsdienstig gehalte, gaf den doorslag. Aan de Romeinsche oligarchie moest een philosofisch systeem zeer welkom zijn, dat de auspicia en de orakels in bescherming nam.

Als een magistraat of augur zei een kwaad voorteeken te hebben gezien (met name een bliksemstraal) of ook maar aankondigde den hemel te zullen onderzoeken of er zich soms bliksemstralen zouden vertoonen, was dit voldoende de volksvergaderingen te ontbinden en wanneer een zoodanige vergadering een voor de oligarchie ongowenscht besluit dreigde te nemen, was het zulk een geschikte uitkomst. De Sibyllijnsche boeken werden ook alleen op last van den senaat ingezien.

Daarom was volgens Cicero de voorspellingskunst dwaasheid, maar het welzijn van den staat (d. w. z. dat van de oligarchen of optimaten) eischte, dat de auspicia en de religio in stand bleven (vgl. II, 148 en vooral II, 70: retinetur autem et ad opinionem volgi et ad magnas utilitat.es rei publicae mos, religio, disciplina, ius augurium, collegii auctoritas). Een verheven standpunt is dit niet.

De zedeleer der Stoa, houdt hoegenaamd geen verband met de theologie. Daar is het meer 't verstand, dat spreekt, dan de fantazie.

Zeno's tijdgenoot Epicurus van Samos (341—271) volgde in de physica Democritus. (Zie bl. 3). Maar om te verklaren, waardoor de atomen in de ledige ruimte tegen elkaar botsten nam E. aan, dat ze niet alle loodrecht naar beneden vielen, doch een weinig afweken.

Sluiten