Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze had, sterk overdrijvend, de houding aangenomen van een klassiek beeld, den rechtervoet vooruit geplant, het bovenlijf snel teruggetrokken, rustend op de linker doorgezakte heup. De eene hand hield ze daar met den pols in de zijde en de andere was met de buitenvlakte tegen het voorhoofd gelegd, boven de oogen, in eene hooge opheffing van den elleboog, en het hoofd helde behagelijk op zijde. Zoo bleef ze een oogenblik den schilder aanzien, met half dichtgeknepen oogen. Een breede schaduw daalde van onder de hand over de oogen op den neus, en de mond geopend tot een kleinen scherpen lach, vertoonde een rij van ivoorwitte, als beiteltjes gevormde tanden.

— „Brava, brava," zei de schilder.

— „Ook ben ik dansende geschilderd," snapte ze voort, „in costuum. Kijk zóó."

Maar het kindergeschrei begon weder.

— „Vrouw, je kind schreeuwt," riep de pokdalige meid. Ze keerde zich loom om en ging naar de schaduw der cactushaag.

De jonge vrouw was weggeloopen met een klein vloekje, gevolgd door de slungelige meid.

De zon was al hooger en hooger gestegen en de geheele dampkring geworden tot een geweldige zee van licht. In klaterende stroomen kwam het neêrvallen uit den hemel op steengrond en bergwand, de kleine hoekige vormen langzaam wegvretend in de overstelping van zijn golven, in schitterende tintelende kleurloosheid. En naar boven schoot het schuimend heen, over planten die blaakten van groen licht, neerstortend over den rug des heuvels, om uit te spatten in de lucht met phosphorische lichtstofjes. De geheele lucht was er vol van. Ze hingen zwevend in de schaduw van het muurtje, de vormen der daar soezende vrouw en kinderen overspuitend met hun ijl getuimel, de degelijkheid van lichamen er« rondingen meêvoerend in de trillingen hunner atomen. Alleen in de

Sluiten