Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloopen en bevolkt met zonneschijn; aan den overkant schaarden de heuvels zich naast elkaar, hun lange boomen tot pluimen dragend in de zon; en op den top van den laatsten der rij stond het oude Alhambra met zijn roode overblijfsels, nog neêrziend op de nieuwe stad aan zijn voet, die zich uitplooide als een granaat opengespleten in de hitte; en de rijen van huisjes waren regelmatig als rijen pitten, van uit de hoogte gelijkend aan opgezet kinderspeelgoed uit een Neurenberger doos, en daar weêr achter rekte zich de vlakte der Vela in een damp van licht, eindeloos ver, vaag.

En van onder uit de stad kwamen donkere mannen opzetten, komend van hun werk; vrouwen met roode lappen om het hoofd, zuigelingen dragend, donker als zij zeiven; vuile kinderen holden uit de woningen, bedelend met uitgestrekte hand; ezels gingen voorbij onder het aanroepen der drijvers. Overal geschreeuw, gejuich, geschater, stijgend in het hooge jubelen van 't zonnestof, zooals het gure lachen van den waanzin zich wringt tusschen de gloeiende stroomingen van een menschenziel, in het gouden gemurmel van droomen en begeerten.

Sluiten