Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeken hebben gedoold, zij zijn ongenadig geslagen geworden en gestompt, precies als de dolende ridder wiens geschiedenis ze vertellen: van dien dwaas die meer wijsheid spreekt dan tien wijzen van den kouwen grond. Ze hebben geducht klappen gekregen, zei ik, neen maar, van alle kanten, door den rollenden rommel in mijn alles behalve huismoederlijk gepakten reiskoffer; ze hebben moeten vechten met mijn viezen verfwinkel; ze hebben mijn verftuben geknauwd, maar op hun beurt weêr smeer gekregen van kwalijk opgedroogde studies. Geen wonder dat ze er zoo uitzien, ze zijn geschud onder de ruwe handen der vrachtjes-mannen aan de spoor, als de gele graankorrels in de wan van Dulcinea.

Maar die roode vlekken, die roode, dat is de kleur van La Mancha's rauwen grond. Ik kan dat boek niet opslaan, of daar zijn de smetten van mijn vingers, als ik doodmoe en laf voor de zon met ontstoken oogen thuis kwam uit dat helle veld rondom Alcazar de San Juan, in de herberg, o die herberg, en dan neerviel op mijn bed, o dat bed, mopperend en me zeiven kwellend met mijn kwade luim; om dan gretig te grijpen naar dien gelen bundel op mijn nachttafel, eindelijk, maar altijd te laat, vol verlangen geworden naar den hoogen lach die daar optrillert en steigert uit dat gezegende en eenige boek.

Maar toen ik in den spoorwagen het me zoo gemakkelijk maakte als een arme reiziger dat doen kan, had ik La Mancha nog niet gezien. Ik kwam van Aranjuez, waar ik me een paar dagen verveeld had, ik geloof uit noodzakelijkheid. Ik weet nog wel dat ik maar niet begrijpen kon hoe Don Carlos, zooals Schiller ons wijs maakt, daar zulke goeie dagen beleefd had, zeker amourskens. Ik had ze er niet, geen van beide; 't was stoffig heet; het stadje of dorp met zijn kippenloopachtige straten, zag er uit alsof er zoo pas een vulkanische aschregen opgevallen was. De koninklijke lusttuinen die zoo beroemd zijn, leken me tuin geworden opticaprenten van twintig

Sluiten