Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pier is te stijf, 't mot olifant wezen".... ontwikkelde hij met veel armgewerk en vingergeschik, het gevirtuoos een beetje ontwend, zijn reeks van papieren gelijkenissen. En hij liet de gewrichtjes der vingers knakken en kraken, als hij met een slag, een hokus-pokus-slag, het eene figuur uit het andere haalde, tot het vermaak der menschen die hij denkbeeldig om zich had. Het lesje

liep af de letter K kwam, een Spaansche halskraag

werd een preekstoel met een trap er aan .... en toen de raderen van een stoomboot die door het water vaart.... „Dat is een prieel," zong hij.... „en dat het mussie dat mijn zalige grootmoeder droeg, is ze niet zalig dan is ze

ten minste gelukkig uit de voeten en dat is een

spüuebakkie en dat een kuipersschaat en dat een

koetslantaren.... en dat, Dames en Heeren, is een Engelsch zoutvat en als je nou allemaal wat geert dan heb

ik óók wat." .

Het gestrookte en beduimelde papier, grauw geworden onder het geknoei van zijn morsige vingers, had den vorm nu van twee lompe bekervaatjes met de punten vast aan elkaar. In de kneep in 't midden hield hij de gelijkenis bijeengevat tusschen duim en vinger. Hij stak het bakje bedelend vooruit, nam met de andere hand zijn bontpet nederig af, hem van boven vattend aan den bol, als een pleister trok hij het ding van zijn kop en ging toen rond.

— „Nee, 't was maar gekheid ziet u,' zei hij even bedremmeld .... „maar ziet u, u weet nou wel veel... maar ik ken ook een heele boel.... Och, mijnheertje lief, ik kan nog wel wat anders doen.... en ziet u, u hebt nou wel veul gezien van uw leven misschien, maar dat hebt u nog nooit gezien... geef u me nou eris een slok

petroleum."

— „Wat?"

Maar eer ik het beletten kon, had hij de oliekan van zijn plaats getild en ontstopt. , .„

— „Och nee, geeft u me nou maar es een lucifertje. „Nee,

Sluiten