Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde gedichten-boek, waarover ik een andere hand vöor mij, als streelend zag gaan nu, en waarom ik wel wenschen zou deze lente-bode te mogen begroeten in de mooie roke der bewondering van haar wier boodschapper 'k hier ben.

Was dit boek eens mijn geluk en heb ik het hooge: O zomer, met uw lokken glanzend gouden En met uw oogen blauw gelijk de wanden Van 't rondend hemeldak,

in me laten neêrzijgen als een regening louter goud, en het wijde:

Stil — Duizendoogig spiegelt zich in 't meir De nacht en laat haar bleeken luchter beven,

in me voelen glazuren tot een diepte van toen ongekend blauw nog en het uit den blijden jubel omzwevende vers-einde nagestaard:

Die zon en zomer te beminnen leeren, en 't treuren gehad:

Al vlecht ik rozen saam en lelies, wit en rood, En leg ze op den bemosten steen, en d' ademloosheid der droefheid die wil terug herkennen : Zie 'k zijn gelaat: nu maneschijn Zweeft — als mijn liefde — over zijn doodeschrijn. thans zijn al deze zelfde schoonheden weêr teruggekomen, en van de mooie erkenning als van een nieuwe lente vergezeld.

Deze tweede uitgave van Jacques Perk's gedichten zal een succes blijken te zijn voor den modernen uitgever door wiens edel zorgen mede dit beekje zoo mooi tot stand kwam. Is het vertoon: te voelen wat voor een ding een boek eigenlijk is, reeds een volmondige lof waard, het zal hier niet de kleinste verdienste mogen zijn geheeten er zulk een frissche kracht voor te hebben gezet aan den arbeid. Er bewoog zich in alle opzichten veel jongs om dat jonge boek. Laat mij dus hier nog maar eens mogen herhalen hoe ik den versierden bundel, deze

Sluiten