is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

horentje van een slak, een gehaft insekt, een goud-haantje? Was het een madeliefje, een takje lelietjes van dalen, gezien „in the pavilions of tender green" een koekoeksbloem, een wilde ranonkel, kamperfoelie; was 't een foksia voor een raam, een mosrooske in een hof, of aan een vijver een iris; — 't zijn haast alle vroege bloemen die er de teekenaar bloeien laat, de erica zou er zijn om de lente der hei. — Of was het 'n appelbloesemen, 't slierten van een jonge hop-rank door een heg, of de scherm-bloemen van den wilden kervel onder 't hooge hout? Was het een geruchtende vogel, het aansturen eener zwaan, of een gevlinderte boven gevlindert'? Waren het waterlijnen of zwieringen van wolken, was het de voorbijgaande wuiving eener vrouwe beweging .... het laatste is een ster.

Hoe makkelijker men zich eigen voelt in de houding van dezen werker, van hoe 'n vriendelijker jonkheid het alles wordt. Na de Iris-verbeelding: de figuratie van de ontbinding van het gulden licht in het diepe water-blauwen (eeuw'ge tragiek, maar geen dichter is 't, die de aarde zou wenschen woest en ledig) komt er met de verspreide „Overige gedichten en fragmenten" ook iets verspreids in hem zeiven. Is dit zich als even verraden een schade voor 't boek-geheel? Maar dieren zijn toch niet minder passend dan bloemen tot mooi-making van het dichterleven; al veroorzaakt een dier meer last, ook aan den eerbied van den teekenaar. Ze komen zoo onverwacht, al die jolige dieren bij elkaar en men glimlacht eer men

't zelv' weet Kom, wanneer een dichter ligt de droo-

men in het gras, komt er ook we! eens een leuk beest plotseling voor den dag, een eekhoortje of zoo; en dichters zijn ook menschen, ze hebben een thuis; soms; want wat niet te ontkennen is, er zijn marabouts onder; al zijn er ook wel bij die een grooten gevlekten hond kunnen houden en zich 't lidmaatschap koopen van Artis. Daar, wanneer de kiezel-tredende voeten rond de concert-tent