Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dergelijke uitspraken worden echter meer en meer beschouwd als dichterlijke fantasiën, en de niensch der twintigste eeuw gaat uit van de praktijk, en leeft alleen voor deze wereld, terwijl hij die andere wereld beschouwt als een fantasiebeeld van wijsgeeren en dichters.

En toch blijft de orthodoxie volhouden, dat er eene hoogere wereld is; en in de wonderen ziet zij het bewijs van het bestaan dier wereld, die nu en dan als een lichtstraal het floers der zinnelijkheid verscheurd eu zich in de stoffelijke wereld geopenbaard heeft. Dit is de leer van «openbaring» in den zin niet slechts van revelatie, d. i. onthulling, wegneming der bedekking, maar ook van manifestatie, d. i. aan het licht treden, te voorschijn treden. En vau deze //openbaring" zijn personen de dragers, profeten en zieners, die door inwendige verlichting, illuminatie, en door ingeving, inspiratie, gedachten ontvingen en wonderdaden verrichten konden, waarin de onthulling en openbaring vau God en van de geestelijke wereld aan 't licht trad.

Twee werelden! In den grond der zaak is deze benaming onjuist. Want het spreekt van zelf, dat er eigenlijk slechts eéne wereld is, dat //het heelal,'/ de «kosmos,»/ alles omvat wat bestaat, zichtbare en onzichtbare, stoffelijke en geestelijke, aardsche en hemelsche dingen. Doch zooals wij ook in de samenleving dikwij ls verschillende //werelden» onderscheiden, (men deuke b. v. aan de modewereld, de kunstwereld, de arbeids wereld, de handelswereld, de geleerde wereld, enz. enz.) zoo ook hebben wij alle recht de aardsche dingen met het geheel der zinnelijk-waarneembare dingen en krachten als de lagere wereld te onderscheiden van de geestelijke dingen, den hemel inet engelen en zaligen, de hel met duivelen en rampzaligen, de werkingen van geestelijke krachten, en wat dies meer zij, als de hoogere wereld.

De wetenschap houdt slechts rekening met de lagere wereld. Buiten en behalve de stoffelijke wezens kent zij geen levende wezens. Geesten zijn voor haar als niet bestaande. Hemelsche woningen, plaatsen vau gelukzaligheid of rampzaligheid, zij kent en erkeut ze niet. Zij kent slechts wereldbollen, zwevend in vaste banen in de ruimte; eu op die bollen anorganische en organische stoffen, krachten en wezens, waarvan de niensch het tot dusver bekende hoogste wezeu is. ïusschen de wereldbollen in de oneindige

Sluiten