Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna altijd er mee gepaard optreedt; namelijk de waarteggerij, of divinalie. Cicero vond dit verschijnsel belangrijk genoeg om er een zijner geschriften aan te wijden. In dal geschrift, «de divniatione», zegt hij o a : »lk zie geen volk, hetzij zoo beschaafd en geleerd, hetzij zoo ruw en ongeleerd, dat niet geloof hechtte aan de voora aanduiding van toekomstige gebeurtenissen, die sommigen verstaan en voorspellen kunnen. Welk een overmoed is het dus om wat door ouderdom en eerwaardige dingen is bevestigd door smaad te willen omverwerpen». Hij onderscheidt verder tweeërlei divmatie, de natuurlijke en de kunstmatige. De natuurlijke divinatie i» volgens hem het inwendig grijpen van het goddelijke, waarvoor nu 11 een rein hart moet hebben; de kunstmatige is het opmaken der toekomst uit teekens, en wel 1°. uit de ingewanden der geotterde dieren, 2". uit bliksem en onweder, 3". uit de vlucht der vogels, 4». uit de sterren, 5". uit het geworpen lot, en 6". uit voorteekens.

In het Oude Testament wordt herhaaldelijk gesproken van de waarzeggers, in ééneu adem genoemd met toovenaars, of "duivelskunstenaars*. De strenge Jahvevereerders waren vijandig gekant tegen de waarzeggers onder de Kana.iuieten, en koning Saul heeft zelfs de waarzeggers en toovenaars vervolgd en gedood op aansporing vat. Samuel, zooals ook in de levitische wet later het gebod opgenomen werd: «den toovenaar zult gij niet laten leven*.

Ook in het Nieuwe Testament vinden wij de waarzeggerij 111 ongunstigen zijn vermeld. Behalve bij Sinioii de Magiër^ *ordt de waarzeggerij aangetroffen in het N. T. bij de slavin in Filippi, die /<Pen waarzeggende geest had» (Hand lti : 16). Deze «waarzeggende

geest» wordt door Paulus uitgedreven.

Ofschoon dus de geest des Jodendoins en des Cbristendoms zich keert tegen de waarzeggerij, zoo mag toch niet voorbijgezien worden, dat een vorm van waarzeggen tooli ook bij Israël bestaan heeft, en wel bij het »Jahve vragen//, d i het orakel van Jahve raadplegen, waarmee men tot den //ephoddragenden priester», of tot den «ziener» kwam. En door de steenen Urim en Ihurnmim, of op andere wijze gaven de priesters //orakel» aan dengene, die «den mond vau Jahve vroeg». De zieners gaven eveneens orakel, b.v. zooals Samuel, over weggeloopen ezelinnen; terwijl het de gewoonte was voor zulk een //orakel», voor zulk waarzeggen den

O

Sluiten