Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouder zijn invloed, maar steeds wist, wat er geschreven worden zou.

Zelf ken ik alleen het mediamiek schrijven in uen tweeden vorm. En daardoor ben ik in de gelegenheid geweest eigenaardige waarnemingen te doen aangaande de verhouding van eigen gedachten tol de gedachten van den geest, en aangaande den invloed, die men zelf op de communicaties kan uitoefenen Aan de ééne zij ondervond ik meermalen, dat er door mijn hand dingen geschreven werden, lijnrecht in strijd met mijne eigene gedachten, ja soms zelfs bestraffing en tegenspraak bevattende. Het is mij eens gebeurd, dat een geest, die beweerde Jacob Cats te zijn, door mijne hand eenige versregels neerschreef, waarvan ik het zinverband onder het schrijven niet begreep, doch die tenslotte bleken een zeer goeden zinbouw te vormen. Al schrijvend dacht ik; «Hoe moet die zin terechtkomen?» Maar zij kwain zeer goed terecht. De geest wist dus zeer goed, wat hij schreef, al begreep ik niet waar hij heen wilde. De. bedoelde versregels luidden aldus:

,,'k Heb lang in duisternis en schaduw doorgebracht,

En voor mijn arme ziel was 't steeds stikdonkre nacht.

Maar God zij lof en dank! Zijn licht brak door in 't duister En slaakte van mijn ziel de droeve zondekluister.

Nu leef ik Hem ter eer, die eenmaal voor mij stierf.

En aan zijn bloedig kruis het leven mij verwierf.

O mocht ik mijne ziel mijn Schepper en mijn Vader,

Tot Wien ik, arme man, in diepen ootmoed nader,

Voor eeuwig wijden tot een olïer, Hem ter eer,

Opdat ik immermeer moog' leven voor den Heer.»

Het was bij den zevenden en achtsten regel, dat ik het zinverband niet begreep, dat echter in den negenden regel weer helder wordt.

Verder heb ik soms namen en bijzonderheden door mijne hand zien neerschrijven, die mij geheel onbekend waren, doch later juist blekeu te zijn

Doch daar staat tegenover, dat 't mij nu en dan duidelijk gebleken is, dat eigen gedachten den inhoud van de communicatie wijzigen kunnen. Eens, dat iemand, dien ik nief gekend had, door mij schreef, en zich een broeder noemde van een mij goed bekend persoon, gaf deze geest zijn naam en sterfjaar op. Toen ik vroeg,

Sluiten