Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkwaardige wijze veranderen en het gelaat van den zich manifesteerenden geest weergeven. Dit verschijnsel, dat men iranaformatie. noemt, is menigmaal geconstateerd, en opgemerkt ook door personen, die niet wisten, dat het bestond. Soms is de gelijkenis zoo treffend, dat het medium geheel door een ander persoon vervangen schijnt. Het merkwaardigst is het, als verschillende geesten zich achtereenvolgens van hetzelfde medium bedienen. Dan vertoont het gelaat van het medium nu eens de trekken van een kind, dan van een oud man; nu eens de lompe gelaatstrekken van een onontwikkeld mensch, dan de aristocratische trekken van iemand uit den aanzienlijken stand. En de houding des lichaams, de gesten enz., passen geheel bij liet bijzonder karakter, dat de zich manifesteerende geesten hebben.

Bij deze sterke persoonsvorming valt 't moeilijk aan bedrog te denken. Zulk een medium zou dan wel een volleerd tooneelspeler moeten zijn; en bovendien tot in kleine bijzonderheden bekend met de karakters, gelaatstrekken, manieren der vele personen, die hij wilde vertooiu-n. En dit laat zich niet veronderstellen bij mediums, die er hoegenaamd geen voordeel van trekken als «medium» dienst te doen, ja integendeel er dikwijls smaad en schade voor dragen moeten.

De trance dient niet altijd om geesten gelegenheid te geven zich te uiten; zij komt ook voor inet 't doel het medium visioenen te geven. Dan is zij gelijk aan den magnetischen slaap der somnambule, die in haar slaap clairvoyant wordt. Zoo hebben wij ook de «vertrekking van zinnen» te verstaan, waarin, volgens het verhaal der Handelingen, Petrus een «gezicht», d. i. een visioen ontving, en een geesteustem vernam. Ook het «in den geest» verplaatst worden van den ziener op Patmos op «den dag des lleeren» (Openb. 4 : 2) moet als een trancetoestand opgevat worden, waarin allerlei visioenen voor het oog des zieners voorbijgaan. Verder vinden wij de trancetoestand terug in het spreken in vreemde talen, waarvan in de Handelingen der Apostelen (Hfdst. 2 : 4, 10 : 46 en 19 : 5), het aanhangsel van het Ev. van Markus (Mark. 16 : 17) en door den apostel Paulus (1 Cor. 12 en 14) melding gemaakt wordt. Het verschijnsel doet zich namelijk ook nu menigmaal voor, dat een medium in trance eene hem onbekende vreemde

Sluiten