Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wordt er in den bijbel gesproken over engelen en duivelen, en eene enkele maal over de geesten der afgestorvenen, onder de heidenen treft men het geloof aan eene wereld van geesten in andere vormen aan. In zijn laagsten vorm is de godsdienst feitelijk geestenvereering, Animisme, en ook in de meer ontwikkelde en hoogere vormen van den godsdienst kunnen de sporen van dat Animisme, van die geestenvereering worden aangewezen. Zelfs bij Israël ontdekken wij die sporen in de vereering der Terafim of huisgoden en der Elohim of hemelsche wezens.1) De godsdienst van Zarathustra, het Mazdeïsme, die in rang onmiddellijk volgen moet op den godsdienst van Israël, wortelt in zekeren zin ook in de geestenvereering. üe Ahoeras waren geesten, waaraan vereering werd toegebracht. Zarathustra leerde, dat boven alle Ahoera's de wijze Ahoera, Ahoera Mazdao (Ormazd) stond. In dien godsdienst bleef dan ook het geloof aan geesten bestaan in den vorm van het geloof aan goede geesten, de Amesja Spenlas de Travasjïs en de Jasatas, en van booze geesten, de Dewas, de Drujas en de Pairikas. De oud Arische godsdienst, de zoogenaamde vedische godsdienst vertoont weinig sporen van den geestendienst; toch ontbrak het geloof aan geesten ook daar niet. Bij de Chineezen is feitelijk de geheele godsdienst geestendienst, of liever de vereering van de voorvaderen, d.i dus de geesten der afgestorvenen. In den Grieksch-Romeinschen godsdienst vinden wij de geesten evenzeer in de Faunen, of boschgeesten, de Saters, of veldgeesten, de Nymfen, of vrouwelijke geesten van boomen (Dryaden), bronnen [Najaden) en bergen (Oreaden) en verder in de Manes of schimmen van afgestorvenen, de Penales en Lares of huisgoden, de Lemuren of spookgeesten, geesten van slechte menschen, die in hunne vroegere verblijfplaatsen «spookten.»

Bij de voorouders der noord-europeesche volken, de vroegere bewoners van Skandinavië, Engeland, Schotland, Denemarken, Duitschland en Nederland, bestond ook het geloof aan eene ontelbare menigte geesten, ten deele van goede, ten deele van

') Het woord „Klohiin", een meervoud van „Eloah", werd later gebruikt in het enkelvoud, oin de (gezamelijke) goddelijke macht, de godheid, God aan te duiden. Oorspronkelijk echter wees het hoogere, goddelijke wezens, geesten aan.

Sluiten