Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

Wiederaufnahme des Verfahrens, 253. — Kritiek op de rechtsmiddelen, 253. — Het instellen van de rechtsmiddelen, 256. — Rechtsmiddelen in ons land, 257. — Appel als niet enkel op confessie recht is gedaan, 258. — Interpretatie van de wet in de praktijk, 259. — Onjuistheid daarvan, 260. — Procedure in appel, 261. — Fiat executio, 262.

DERDE AFDEELING.

§ 1. Inleiding

De historische gronden voor het bestaan eener militaire rechtspleging gelden niet meer, 265. — Onderzoek naar de vraag, of er op militaire gronden eene minderwaardige jurisdictie moet blijven, 266. — Indeeling der stof, 267. — Standsbewustzijn, 269.

§ 2. De discipline ^68

De noodzakelijkheid der discipline niet ontkend, 268. — Verschil van opvatting omtrent het ontstaan en de handhaving der discipline, 269. — Wat de vroegere geschiedenis ons leert, vooral bij de Romeinen, 270. — Ook de latere geschiedenis toont dit aan, 273. — In 1870 dezelfde discipline in het Pruisische en in het Beiersche leger, 273. — Bij de rechtspraak heeft de discipline geen invloed bij de feitelijke vraag, 275. — Noch bij de rechtsvraag. 276. —

Noch bij de straftoemeting, 276. — Niet alle delicten door militairen gepleegd zijn militaire delicten, 278. — Onderscheid tusschen tuchtrecht en strafrecht, formeel, 279. — Principieel, 28). Dit komt duidelijk uit bij de Romeinen, 280. — Tuchtrecht subjectief, strafrecht objectief, 281. — Gevolgen van de subjectiviteit van het tuchtrecht, 283. — Betoog van Koolemans Beijnen, 284. — Het stelsel van art. 2 der Wet op de Krijgstucht is onjuist, 286. — Het Duitsche stelsel beter, 287. — De strafrechter mag niet disciplinair straffen, 289. — De tuchtrechter legt de bijkomende militaire straffen op, 290 — Tuchtrecht naast strafrecht, 291.

§ 3. Het militaire gezag • ^

Strafrecht uitvloeisel van het militaire gezag, 292. — Rechtsbron van de civiele en de militaire rechtsmacht dezelfde, 293. Betoog van Rehm, 294. —Justiz- oder Militarhoheit? 294.—Kommandogewalt oder Militarverwaltung, 296. — Militargerichtsbarkeit zou zijn « an die Kommandoführung angelehnte Militarverwaltung», 297. — Onjuistheid hiervan, 298. — Moet de bevelhebber ter wille van het gezag in het leger 't strafrecht bezitten ? 300. Meening van Koolemans Beijnen, 300. — Bestrijding daarvan, 301. —

Sluiten