Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft bestaan en wel op dezelfde gronden als welke zij nu aanvoeren. Daarom moet ik, ten slotte, aan deze afdeeling meer ruimte geven dan anders aan eene historische inleiding toekomt.

§ 2. De Grieken.

Reeds Thucydides heeft er op gewezen, dat Griekenland in den voortijd niet van andere barbaarsche landen verschilde. In dien tijd was — gelijk Homerus aangeeft — ieder weerbaar man soldaat en maakte het geloof aan hunne goddelijke afstamming vorsten en edelen lot geboren aanvoerders. Door deze verhouding werd de discipline gewaarborgd. „Jede Auflelmung der gemeinen Sterblichen gogen die zeusentsprossenen Fürsten erscheint lacherlich und ohnniachtig. Wer sich ihrer erfrechen wollte, dem droht der Nachliilfe halber körperliche Tüchtigung, dem feige Fliehenden, der dem Führer nicht folgt, der Tod" ').

Laat men deze heroische periode verder rusten, dan omvat ile (jrieksche historie een tijdvak van ongeveer 0 eeuwen. De opkomst van verschillende staatjes, die hunne onafhankelijkheid, vooral tegenover de Perzen, handhaafden, ligt tusschen 77l> en 479 voor Christus; de bloei der voornaamste steden valt na den slag bij Plataeae tot aan dien van Mantinea, een tijdvak, waarin een voortdurende strijd om de hegemonie de welvaart deed verdwijnen, en het verval van Griekenland, dat achtereenvolgens een wingewest van Macedonie en Rome werd, vormde het laatste tijdvak, dat ik verder buiten beschouwing zal laten.

De voornaamste staatjes waren Athene en Sparta; het eerste had een democratischen regeeringsvorm, het tweede een oligarchisch bestuur. Van de overige staatjes is weinig bekend; hunne staatsinrichting kwam meer of minder met die van Athene of Sparta overeen, al naarmate zij onder den invloed van een van beiden stonden. Ik houd mij nu alleen met de instellingen van Athene en Sparta bezig.

Het dragen der wapenen was in beide staatjes een burgerrecht.

) RiisTOW und KöCHl.V, Geschichte des grieehischeu Kriegswesens, blz. 2.

Sluiten