Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verplichten als afzonderlijke hulptroepen de Romeinen bij te staan, verkreeg men een grooter contingent zonder dit beginsel te schaden ').

De dienstplicht rustte op alle burgers van 18 tot 60 jaar, waarvan de mannen tot hun 4(ïstc jaar het veldleger vormden. Dat de Iegerindeeling volgens Servius Tullius' regeling op den duur de grondslag voor de comitia centuriata niet kon blijven, bleek weldra, toen men in (445 v. Chr.) het houden van den census aan twee censores opdroog en eens in de vijf jaar liet plaats hebben. De comitia centuriata werden nu om de vijf jaar aangevuld, doch voor het leger bleef de jaarlijksche lichting bestaan. En na den oorlog met de Galliërs werd om redenen van militair-tactischen aard de logge phalanx vervangen dooi den manipel en eene indeeling in drieën voor het legioen ingevoerd, waardoor de Serviaansche wetgeving op zijde geschoven werd -). Zoolang de oorlog in de nabijheid der stad werd gevoerd, was het voor de burgers mogelijk hunnen dienstplicht te vervullen. Maar toen de veldtocht verder uitgestrekt werd en langer duurde, werd deze dienstplicht een groole last, vooral voor de armere klassen. En daar „de soldaten er aan moeten gewennen om in den oorlog uitstel te verdragen en, als deze in den winter niet geëindigd is, te wachten en niet als trekvogels wanneer de winter nadert, dadelijk naar hunne huizen uittekijken" 3), werd in (40fi v. Chr.) voor het eerst soldij aan de voetknechten gegeven. Sinds komen er enkele vrijwilligers voor.

De legers werden door de consuls aangevoerd, hetgeen eene waardigheid was, welke zij van de koningen geërfd hadden. Was er één leger, dan wisselde het opperbevel dagelijks. Aanvankelijk benoemden zij de tribuni militum, doch later (± 311 v. Chr.) werden dezen door de comitien gekozen '). Zij voerden twee aan twee het bevel over het legioen, eerst 8400, omstreeks 300 v. Chr. 4200 man sterk. Lik legioen telde 30 manipels van twee centuriae. Een centurio, een subaltern officier uit den troep voortgekomen

') In 290 v. Chr. werden 10800 Romeinen en 27000 Socii ingelijfd. Ihne, Rüm. Geechichte, IV blz. 150 vlg.

') Vinkesteijn, t. ft. p. blz. 349 t. a. p. IV blz. 85 Mommsen, Rüm. Geschichte, I blz. 437-439.

'') Ai'Pius Claudius bij Livius, V. 6. 1.

4) Mommsen, t. a. p. I blz. 307

2

Sluiten