Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de paterfamilias in zijn kring van bevoegdheid, aan bepaalde regelingen gebonden. Geib ») beweert, „das nach Vertreibung der Könige die Consuln oder, wie man sie ursprünglich nannte, die Pratoren in jeder Beziehung an deren Stelle getreten seien, so dass denn namentlich auch hinsichtlich der Criminalgerichtsbarkeit ilinen jetzt dieselben Befugnisse zustanden, wie ehemals den Königen. Iliernach muss also, wenigstens für die erste Zeit, ihre Jurisdiction als durchaus unbeschrankt betrachtet, und nicht nur das Recht, überhaupt jede Strafe und selbst die Todesstrafe auszusprechen, ihnen zuerkannt, sondern dieses insbesondere auch sowohl auf Patriciër als Plebejer ausgedehnt werden."

Van twee zijden tegelijk werd dit onbeperkte recht aan banden gelegd. De jurisdictie, tijdens het koningschap in ééne hand, werd bij den aanvang der Republiek tusschen beide consuls en weldra, tengevolge van de uitbreiding van den staat en het daarmee gepaard toenemen van het aantal magistraten, over meerdere personen verdeeld. Alle magistraten met het imperium kregen een zeker strafrecht2). Aan den anderen kant werd het recht zelf ingekort. Eerst had de koning absolute macht en kon hij toelaten, dat er een beroep op „die Gesammtheit der Bürgerschaft" werd gedaan. Weldra moest hij het recht van den gestrafte op zulk een beroep (provocatie) erkennen. En het duurde niet lang, of bij de wet werd in bepaalde gevallen het strafproces en vooral de straf geregeld. Meer en meer werd de magistraat aan de wet — of wat hiermee gelijkstond — aan de besluiten der comitia centuriata gebonden. Voorzoover de wet geen regeling bevatte, bleef het recht van den magistraat onbeperkt. Bestond er geen enkel voorschrift omtrent den procesvorm, het delict, de straffen en de wijze van opleggen, dan kon hij naar willekeur handelen. In tegenstelling met zijne gereglementeerde jurisdictie — als ik het zoo noemen mag — noemde men deze onbeperkte bevoegdheid coercitio of tuchtrecht, hetgeen iedere magistraat meer of minder had 3). De

') T. a. p. blz. 22-23.

') Mo mms en', Rijtn. Strafrecht, blz. 135.

:') Mommsen, Röm. Strafrecht, blz. 35-39, Paulits (1. 5 § 1 D 1, 21), zegt: mandata jurisdictione privato, etiam imperium, quod non est merum, videtur mandari, (juia jurisdictio sine modica coercitione nulla est.

Sluiten