Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat het centrale gezag, dat des Keizers, weinig beteekende, behoef

ik niet te zeggen.

De Republiek der Vereenigde Nederlanden heeft niet het tractaat

van de Unie van Utrecht als grondwet meer dan 200 jaar bestaan. De Unie evenwel was niets anders dan eene zuivere militaire conventie, gesloten tusschen zeven of liever acht souvereine staten, waarvan zeven stem uitbrachten. Zij hadden zich vereenigd tot liet bedrijven van daden van gemeenschappelijk belang en hadden dus ook gemeenschappelijke bezittingen — de Generaliteitslanden — en gemeenschappelijke ambtenaren en bedienden. Maar zij bleven souverein op hun eigen territoir en ieder der bondgenooten vormde een afzonderlijken staat, welke alleen enkele souvereine rechten had prijsgegeven, om des Ie gemakkelijker vijandelijke aanvallen te kunnen weerstaan '). De toestanden in de Republiek hadden dan ook veel overeenkomst met die in het Duitsche Rijk.

De verdediging der Unie was opgedragen aan eene landmacht, militie geheeten, en aan eene zeemacht De militie bestond geheel uit vrijwilligers, die men, naar liet schijnt, zoo goed betaalde, dat men tot 1811 niet anders dan door werving soldaten verkreeg. De zeemacht bestond ook steeds uit vrijwilligers, doch dit waren bovendien landzaten, lloe geschiedde nu de werving? Het krijgsvolk werd op naam der Staten-Generaal, als in oorlogszaken de souverein, aangeworven. De eed werd dan ook in de eerste plaat* aan de Staten-Generaal gedaan. De „capiteynen" moesten voor soldaten zorgen, de staat stond met hen alleen in rekening door middel van solliciteurs. De soldijen werden door de Staten-Generaal per heerenmaand bepaald en altijd in haar geheel te goed gedaan, onverschillig of de soldaten present of tijdelijk absent waren. Zoowel dit als andere fmancieele bepalingen leidden tot knoeierijen ').

') H. J. Kann, De Militie en het militair bestuur gedurende het tijdvakder Unie van Utrecht. Ac. Pr. Leiden 1874, blz. 7.

-) Het volgende is ontleend aan H. J. Kann, t. a. p. blz. 11 vlg.; Harpenberg, Overzicht van de voornaamste bepalingen betreffende de zamenstelling, sterkte, betaling, verzorging en verpleging van het Nederlandse!» leger sedert den vrede van Utrecht (1713), blz. 1-128; Slingblandt, Memorie over de Militie van den Staat, opgenomen in het Ille deel van het Magazijn van stukken tot ,1e militaire jurisdictie betrekkelijk door F. A. van der Kemp (Utrecht 1783); J. P. i)e Bordes, De verdediging van Nederland in 1629.

:i) Zie hierover I)e Bordes, t. a. p. blz. 22.

Sluiten