Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren in Frankrijk „juges ordinaires" en „juges extra-ordinaires." De eersten hadden eene jurisdiction générale in strafzaken en namen dientengevolge kennis van alle strafbare handelingen, uitgezonderd diegenen, welke eene bijzondere wet aan een anderen rechter voorbehield. Aldus les juges des seigneurs, les prévöts au chatelains royaux, les haillis et sénéchaux et les parlements. De juges extraoidinaires namen slechts kennis van zoodanige misdrijven, als hun door de koninklijke ordonnantiën waren opgedragen. Aldus had men les prévöts des maréchaux, les officialités, les présidiaux et lieutenants criminels de robe courte, les juges des élections, monnaies et gabelles, les juges des eaux et forêts, les juges de 1 amirauté, les juges de la connétablie, la chambre des comptes, Ie giand conseil, etc. '). „Les juges extra-ordinaires tenaient une grande place dans une législation, oü les privileges étaient, en quelque sorte, la régie générale" 2). De staatkundige verhouding had aanleiding gegeven tot vele fora privilegiata, ook voor bepaalde categoriën van misdrijven en eene ingewikkelde rechterlijke organisatie in 't leven geroepen. De gewone strafrechtspraak kwam langzamerhand voor een zeer groot deel in handen van de lieutenants-criminels, die bevoegd waren bij uitsluiting in „ les cas royaux, " welke gevallen voortdurend in aantal toenamen en die met les prévóts des maréchaux kennisnamen van „les cas prévótaux," terwijl zij zelfs na 1731 den voorrang boven deze prévóts hadden, mits zij de zaak eerder of op denzelfden dag hadden onderzocht 2). Oveligens hadden deze juges extra-ordinaires allen eene zakelijk beperkte bevoegdheid. Les oflicialités waren geestelijke rechtbanken; les prévöts des maréchaux, les lieutenants-criminels, les vice-baillis et vice-sénéchaux waren met de berechting van misdrijven betrekkelijk de openbare veiligheid, bedelarij en vagebondage belast; les juges des élections, monnaies et gabelles vonnisten alle misdrijven en overtredingen op belastinggebied; les juges des eaux et forêts namen kennis van alle zaken betreffende den eigendom van wateren en bosschen en van alle jacht- en visscherijdelicten; les juges des amirautés berechtten alle delicten op zee, in havens of aan het

) Paüstin Hélie, traité de 1'instrnction criininelle I, blz. 587—588. 2J Faustin Hélie, t. a. p. I, blz. 599.

") Faustin Hélie, t. a. p. I, blz. 597.

Sluiten