Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de Code de justice militaire van 0 Juni 1857 totstandkwam. In Noorwegen en Denemarken geldt nog de militaire wetgeving van •) Maart 1G83. In ons land had men in 1814, toen de Militaire Wetboeken uitgevaardig zijn, een ander stelsel van legervorming dan nu. Het vrijwilligerssysteem der achttiende eeuw werd opnieuw in toepassing gebracht: de werving werd in Engeland, Duitschland en ons land opengesteld. De eerste regeling der organieke sterkte en samenstelling der korpsen geschiedde bij Souverein Besluit van 'J Januari 1811- '), terwijl de landmilitie als een tweede ban geregeld werd bij twee Souvereine Besluiten van 21 Januari 1814 8). Onder de korpsen behoorden twee bataillons Luykerwalen, die 23 September 1814 in Belgischen dienst overgingen en 1 bataillon Nassauwers, terwijl 1bataillons der staande armee uit vreemdelingen waren samengesteld. De Grondwet droeg als een der eerste zorgen aan den Souvereinen Vorst op, eene toereikende zee- en landmacht, aangeworven uit vrijwilligers hetzij inboorlingen of vreemden, te onderhouden '). De Souvereine Vorst kweet zich van deze opdracht o. a. door eenige Zwitsersche regimenten in dienst te nemen. Daartoe waien in 1814 met de kantons Bern, Zürich en Grauwbunderland en in 1815 met de zoogenaamde Roomsche kantons capitulatiën gesloten, om elk een regiment infanterie ter sterkte van 2005 hoofden te leveren en uil Zwitsers van geboorte voltallig te houden. Zij zijn tot 182(.) in Nederlandsche dienst gebleven4). Pas ontslagen van deFransche overheersching wenschte men liefst aan elke conscriptie te ontkomen en weer liet oude stelsel van werving en capitulatie toe te passen. Voor zoover dit niet ging, zou het staande leger versterkt worden door eene nationale militie. Dat het vrijwilligerssysteem onvoldoende bleek en langzamerhand verlaten en door het militiestelsel vervangen werd, laat ik rusten. Het aantal vrijwilligers is tegenwoordig van geen beteekenis. Maar toen onze Militaire Wetboeken zijn samengesteld, was dat anders en stelde men zich de legervorming anders voor.

'1 llecueil Militair 1814, blz. 74.

Hij Hardenrbrg, t. a. p. II, blz. 5. Zij zijn noch in liet Staatsblad, nocli

in Recueil Militair opgenomen.

3) Artt. 122 en 123 Grondwet 1814. Zie uitvoerig over het tegenwoordig achtste Hoofdstuk, ÜI YS, De Grondwet, II blz. 023 v!g.

') Hariu'.MSKRG, t. a. p. II, blz. 28 en 172.

Sluiten