Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevoegdheid is gegeven zijne vragen aan de getuigen direct te stellen" 1). Het vrije, schriftelijke verkeer tussclien verdediger en beklaagde waarborgt de wet niet. Meer zal ik niet van oris verdedigingsrecht zeggen, te meer niet, omdat ik niet beoog de positie van den verdediger volgens ons strafrecht te behandelen en eene schets, naar ons de redevoeringen gehouden in de vergadering der Nederlandsche Juristen-Vereeniging in 11)0:2 leeren, zeer verschillend van kleur kan uitvallen2). Bovendien verwijs ik hen, die zich in 'tbijzonder met de verdediging in ons strafproces willen bezighouden, naar de bekende werken van mr. A. A. df. Pinto :i) en nir. D. Simons 4) en het aldaar aangehaalde proefschrift van mr. H. G. van i>er Vies.

Zoowel hier als elders is men van meening, dat de wettelijke bepalingen omtrent de verdediging herziening behoeven, maar „welche Stellung nun der Vertheidiger im Verfahren einnehmen soll, das ist im höchsten Grade controvers" 5). Wellicht kan men zonder nog partij te kiezen met M. Frydmann 6) zeggen: „Die Vertheidigung ist Partei, aber es widerstreitet der Gescliichte, den Thatsachen und der Vernunfl, sie nur als eine im Dienste der Individuen stellende Partei zu betrachten. Sie vertritt ebenso ein öffentliches Interesse, wie die Staatsanwaltschaft, nur in entgegengesetzter Richtung. Jene tritt für eine Ausdehnung der Machtbefugnisse des Staates ein, diese wehrt die Ausbreitung derselben in die Freiheitsrechte der Individuen und damit der Gesellschaft ab. Sie vertritt die nach thunlichster Emancipation von der Intervention des Staates

') Prof. mr. D. Simons, Beknopte Handleiding tot het Wetboek van Strafvordering, 3e druk, blz. 40.

-) Zie o.m. de redevoeringen mr. W. C. Bosman (Handl. II. blz. 17 vlg.) en Jhr. mr. I). O. Engelen (ibid. blz. 152 vlg.)

:') Handleiding tot het Wetboek van Strafvordering, 2* druk II t. p. en Het herziene Wetboek van Strafvordering, I en II. t. p.

J) Beknopte Handleiding tot het Wetboek van Strafvordering, 3« dr. blz. 44-45.

6) Dr. E. Suess, Die Stellung der Partcien im modernen Strafprocesse (1898), blz. 155.

") Handbuch der Vertheidigung im Straf verfahren, blz. 05, aangehaald bij Suess, blz. 155, noot 3, die zelf zegt: «Der Vertheidiger ist nar-h dem Geiste der modernen Gesetzc als ein Organ zu betrachten, welches nicht minder als der öffentliche Anklager zur Findung dos Rechtes berufenist; für alle FunetioMiire nmss es im einzelnen Rechtsfalle das höchste Bestreben sein, die materielle Walirlieit zu finden.» Zie ook prof. Dr. Oetker, Gericht, Gerichtsherr, Verteidigung, blz. 30.

7

Sluiten