Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toevoeging. Deze toevoeging geschiedt door den Gerichtsherr, ook als het erkennende Gericht de verdediging „sachgemiiss" heeft gevonden. Een verdediger kan voor meerdere beschuldigden, meerdere verdedigers voor een beschuldigde optreden.

De wet maakt onderscheid tusschen personen, die altijd bevoegd zijn, om als verdediger te fungeeren en die alleen bij bepaalde zaken en onder zekere voorwaarden dit kunnen. Tot de eerst bedoelde personen behooren: a. actief dienende officieren; b. Kriegsgerichtsrathe und die bei den Militargerichten beschaftigten Assessoren und Referendare (Praktikanten); c. nicht-richterliche, obere Militarbeamte; d. officieren op nonactiviteit; e. Rechtsanwalte, die zu Vertheidigern ernannt sind.

De personen sub a-c hebben de toestemming van hunne chef noodig, die slechts „aus zwingenden Gründen des dienstlichen Interesses" mag geweigerd worden. De benoeming der Rechtsanwalte geschiedt naar behoefte en, nadat de Anwaltskammer gehoord is, door den Kriegsminister en voor het Reichsmilitargericht door diens president. Andere Rechtsanwalte vormen de laatstbedoelde categorie en hebben vergunning van den Gerichtsherr noodig, welke moet verleend worden, wanneer a „der Rechtsanwalt bei einem deutschen Gerichte zugelassen ist, b. den Gegenstand der Anklage lediglich bestimmte, vom Gesetze bezeichnete, gemeine Verbrechen oder Vergehen ') bilden und c. weder eine Gefahrdung militardienstlicher Interessen noch eine solche der Staatssicherheit zu bezorgen ist."

Welke positie neemt de verdediger nu in? De verdediger mag, voorzoover de wet niet het tegendeel bepaalt, alle processueele bevoegdheden van zijn cliënt uitoefenen. Zijne verklaringen gelden, zoolang zij niet uitdrukkelijk door den beschuldigde weersproken zijn, behalve dat alle verklaringen behelzende den afstand van eenig recht of eenige bevoegdheid öf de goedkeuring van den beschuldigde behoeven öf zonder tegenspraak in diens tegenwoordigheid moeten afgegeven zijn. In 't algemeen is hij geen vertegenwoordiger van zijn cliënt. Hij heeft het recht van inzage van het dossier na sluiting van het Ermittelungsverfahren en beperkt verkeer met den beschuldigde, dat eerst na „Erhebung der Anklage" onbeperkt wordt.

') Bedoeld zijn de Verbrechen oder Vergehen gegen die §§ 133, 156, 159, ICO, 253, 203, 266, 267bis, 271, 273, 274 des bürgerlichen Strafgesetzbuchs.

Sluiten