Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

judiciaire alle werden toegekend. Integendeel, naar mijne meening, moet hij, die de instructie leidt, deskundige en onafhankelijk zijn. Huiszoeking en papieronderzoek zou ik nooit willen toestaan aan den officier de police judiciaire. Evenmin acht ik hem geschikt om het noodige feitenmateriaal voor het Openbaar Ministerie te verzamelen. Daarvoor is rechtskennis, niet minder eene speciale opleiding noodig. Doch ook zelfstandigheid tegenover het militair

gezag is een vereischte.

Nadat dit onderzoek gehouden is, worden de stukken (les actes et procès-verbaux dressés par les officiers de police militaire) aan den général commandant la circonscription gezonden, die, zoo de zaak niet aan den burgerrechter behoort, de eigenlijke instructie gelast. Hiermee is de zaak bij den militairen rechter aanhangig gemaakt. De „ordre d'informer" wordt gezonden aan den commissaire du gouvernement, die hem in handen van den rapporteui stelt. Wijl de commissaire volgens art. 107 van den Code de justice militaire het recht heeft, elk oogenblik kennis te nemen \an het onderzoek en de noodige requisitoiren aan den rappoi teur te doen, heeft in tegenstelling met het civiele proces '), liet Openbaar Ministerie in deze phase de leiding in handen. Alleen beteekent de instructie niet veel, zoodat deze leiding vrijwel illusoir is. De commissaire du gouvernement zal zich vergenoegen met het feitenmateriaal, dat door den officier de police judiciaire is verzameld.

Overigens gelden nu de bepalingen van de wet van b December 1897, zoodat den beschuldigde een rechtsgeleerde raadsman ter zijde staat,' waardoor de niet-rechtsgeleerde commissaire du gouvernement en de rapporteur in de minderheid komen. Dat de t ransche Regeering hierin bij haar ontwerp voorzien wil door de instelling van een Corps des conseillers de la justice militaire hebben wij gezien2). Intusschen kan de rapporteur opnieuw verliooren, wat dan het derde onderzoek wordt; eerst voor den compagniescommandant, daarna voor den officier de police judiciaire en vervolgens

') Zie hiervoor blz. 102. In tegenovergestelden zin Louis Oré, Des jurisdictions militaire* et maritimes en temps de paix. Poitiers 1900 blz. 69 en <0, die ook aan den eonimissaire toekent «Ie droit de surveillance et c'est tout; il ne peut faire aucun acte qui gêne 1'action libre de 1'officier instruction» Art. 107 doet het onjuiste hiervan inzien.

*) Hiervoor blz. 141 en 172.

Sluiten