Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door dien rechtsgeleerde gegeven advies. Daarmee is deze phase van het proces afgesloten en begint, het onderzoek door de officierencommissarissen.

Voor het geval de klacht terstond in banden van den Plaatselijken of Garnizoenscommandant komt, wijl de zaak niet den korpsdienst betreft, en zij niet ter kennisneming en voorbereiding in handen van den korpscommandant wordt gesteld, hetgeen in de praktijk nogal gebruikelijk is, zal hij eene commissie van twee officieren benoemen, waaraan een derde als secretaris wordt toegevoegd, om een voorloopig onderzoek in te stellen en een verslag uit te brengen. Dit onderzoek vervangt het korpsonaerzoek en het verslag dient tot grondslag voor de al of niet verwijzing.

Wanneer een militair op heeterdaad is gearresteerd of geapprehendeerd, zal de Plaatselijke of Garnizoenscommandant, zoo noodig, nadat hij kennis gekregen heeft van het arrest, de zaak verwijzen naar den krijgsraad en officieren-commissarissen benoemen. „Heeterdaad" is hier niet identiek met het in het Wetboek van Strafvordering daaraan gehechte begrip. Bij arrestatie „door de Militaire of Burgerlijke Justitie" zegt art. 19 R. L.; doch wat onder „Militaire Justitie" te verstaan? En bij arrestatie door de „Burgerlijke Justitie".

Het komt mij dan ook twijfelachtig voor, of de voorschriften „van ontdekking op heeterdaad" uit het Wetboek van Strafvordering (artt. 39 vlg.) toepasselijk zijn, nu de begrippen van heeterdaad in beide wetboeken niet identiek zijn.

Een enkel woord over de preventieve hechtenis gedurende deze phase van het proces. Volgens de artt. 4 en 5 R. L. is liet regel, dat een verdachte het arrest aangezegd wordt. Het is het uitgangspunt van het geheele proces. Dat tot aan de beslissing van den Plaatselijken of Garnizoenscommandant de verdachte in arrest gehouden wordt, volgt ook uit het Koninklijk Besluit van 16 November 1818 Litt. U. 2 ') waar sub a aan den auditeur gevraagd wordt te adviseeren o. m. „of er gronden zijn om den aangeklaagde in het provoosthuis te doen overbrengen, dan of dezelve op vrije voeten zoude kunnen gesteld worden"; terwijl sub b wordt bepaald „den aangeklaagde inmiddels en totdat het advies van den auditeurmilitair zal zijn ingekomen, in de politiezaal of andere geschikte

i) Zie hiervoor blz. 162.

Sluiten