Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwere bewijsleer op het militaire strafproces uitoefent, waarbij zij door den auditeur-militair ingang vindt, terwijl in meerdere gevallen gebleken is, dat de bekentenis alleen gegeven werd, om veroordeeld en meteen vervallen van den militairen stand verklaard te worden. Vandaar dat meer dan eens, vooral bij diefstal, wanneer geen getuigenissen of andere bewijsmiddelen de bekentenis versterken, advies gegeven wordt om de zaak niet verder te vervolgen.

Dat ook hier overeenstemming tusschen wet en rechtswetenschap gewenscht wordt, is duidelijk.

Hoe belangrijk ook de punten mogen zijn, die tot dusverre aangevoerd zijn en waarin het militair strafproces ten onzent niet beantwoordt aan de eischen van het moderne straproces, de meest principieele fout is naar mijne meening ongetwijfeld, dat de getuigen onder eede gehoord worden door de officieren-commissarissen en gewoonlijk niet voor den eindrechter hunne getuigenis afleggen. Ook de verhooren van den beklaagde voor officieren-commissarissen zullen „alle zoodanige kracht hebben en behouden alsof dezelve voor den vollen Krijgsraad hadden plaats gehad" l). Alleen „wanneer de Auditeur-Militair of de Krijgsraad van begrip is, dat er nog nadere verhooren, hetzij van den beklaagde, hetzij van getuigen, hetzij bij wijze van Confrontatie zouden behooren te geschieden, zullen dezelve in den vollen Krijgsraad worden gehouden" -). Nadere verhooren aldus, tot aanvulling van de door officierencommissarissen afgenomen verhooren en niet herhaalde verhooren. Ik meen hierop de nadruk te moeten leggen, want in de praktijk schijnt de neiging voor een getuigenverhoor in vollen krijgsraad en vollen omvang veld te winnen; een streven, dat met betrekking tot de justiciabelen toejuiching verdient, doch overigens aan eene wetsherziening niet bevorderlijk is. Maar daarmee moet dan gepaard gaan de afschaffing van getuigenverhooren onder eede tijdens het vooronderzoek, behoudens de gevallen, waarin liet waarschijnlijk is, dat de getuige niet ter terechtzitting zal verschijnen. De rechter, die vonnis wijst, moet rechtspreken naar aanleiding van eigen onderzoek ter openbare terechtzitting. De indruk, dien beklaagde en getuigen ter terechtzitting maken, zal strekken tot eene betere

') Art. 170 j° 168 E. L. a) Art. 172 R. L.

Sluiten