Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eene militaire jurisdictie niet meer tegenover zich hebben en eene reorganisatie van het militaire strafproces eerder tot stand kunnen brengen.

Ik heb dengenen, die deze meening hebben, hunne illusiën willen ontnemen. Juist doordat in Frankrijk de militaire rechtspraak geheel in handen van militairen berust, is de militaire rechtspleging daar minderwaardig aan de civiele rechtspleging. De fouten, welke het Fransche militaire strafproces aankleven, worden niet met eene hervorming van het procesrecht weggenomen, maar verdwijnen eerst met den militairen rechter. In Duitschland heeft men dit ten deele gevoeld. Men heeft daar de rechtspraak over militairen aan gemengde colleges opgedragen, — met uitzondering van de „Standgerichte" — doch tegelijkertijd de onderdeden van het proces zoo geregeld, dat het militaire karakter overwegend is. Dit is sedert dat de Militarstrafgerichtsordnung in werking getreden is, meermalen gebleken. Telkenmale, onlangs weer door de zaak Hüssener, waarin den beklaagde na herhaalde uitspraak wegens doodslag van een minder militair maar twee en een half jaar vestingstraf is opgelegd, komt het rechtsgevoel van bijna geheel Duitschland op tegen de uitspraken van den militairen rechter.

Wij hebben gezien, dat de militaire rechtspleging noch in Frankrijk,

noch in Duitschland en natuurlijk niet in ons land, voldoet aan de eischen, welke men mag en moet stellen aan een strafproces. De militaire rechtspleging is eene minderwaardige en moet dit zijn wegens haar militair karakter. Teneinde dit aan te toonen, heb ik gemeend het militaire strafproces te moeten ontleden en nauwkeurig de fouten ervan op te sporen. Vandaar dat ik mijns ondanks zeer uitvoerig heb moeten zijn.

Ik zal nu in de Derde Afdeeling nagaan, of militaire gronden billijken, dat deze minderwaardige jurisdictie niettemin moet blijven bestaan.

Sluiten