is toegevoegd aan uw favorieten.

Militaire rechtspleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkrijgen, wat verkregen moet worden, moet daarentegen het prestige van den meerdere tot den hoogsten trap worden opgevoerd; het hoogste gezag over den soldaat moet hem in handen worden gegeven; en de hoogste uiting van het gezag is: straffen. Zij, die er anders over denken, zou ik willen vragen, zonder redeneeren, met een eenvoudig „ja" of „neen" de navolgende vragen te beantwoorden :

„Moet niet in oorlogstijd de militaire meerdere van zijn ondergeschikte het hoogste eischen, wat de eene mensch van den anderen eischen kan?

„Is het daarom niet nuodig het prestige van den militairen meerdere tegenover zijn ondergeschikte ook in vredestijd zoo hoog mogelijk op te voeren?

„Is het recht van straffen niet de hoogste uiting van het gezag?

„Zoo ja, wordt dan aan den militairen meerdere niet een deel van zijn prestige ontnomen, indien men in militaire aangelegenheden het recht van straffen der militairen aan anderen overdraagt?"

Alvorens nader in te gaan op deze vragen, eene opmerking.

Men zou door de woorden „hij zij korporaal of generaal" nog versterkt worden in de conclusie, uit het geheele betoog volgende, dat elk meerdere het recht van straffen bezit ter wille van zijn prestige. Nu bezit de korporaal heelemaal geen recht van straffen, zelfs geen tuchtrecht, niettegenstaande hem, doordat hij steeds te midden van zijne ondergeschikten moet verkeeren — hij logeert met hen op dezelfde kamer en eet met hen aan tafel — eerder dan iemand anders, elk middel tot handhaving van zijn gezag moest toegekend zijn. Eerst de compagniescommandant, die in den regel kapitein is, bezit het tuchtrecht, doch nog in beperkte mate. En (/een enkele meerdere „hij zij korporaal of generaal". bezit nog ergens het recht van crimineele straffen op te leggen 1).

De vragen hebben derhalve een theoretischen grondslag, welke met de werkelijkheid in strijd is en reeds daarom zou de beantwoording achterwege kunnen gelaten worden.

Men kan de vragen natuurlijk wel met een eenvoudig „ja" of

') Zelfs de «Strafverfügung» (§§ 349 vlg. Militarstrafgerichtsordnung) komt niet den militairen chef, maar den Gerichtsherr te /.amen met den Gerichtsoffizier (Militarjustizbeamte) toe.