Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld. Voorts moet bij veroordeeling tot militaire gevangenisstraf van drie jaar of meer, de veroordeelde tevens vervallen verklaard worden, terwijl bij eene veroordeeling van minder dan drie jaren de rechter hem voor den tijd van minstens drie en hoogstens vijf jaren het recht om bij de gewapende macht te dienen, kan ontzeggen ')■ Ten slotte kunnen minder gewenschte elementen met een briefje van ontslag weggezonden worden. De „ künstliche Selektion des militarisch untauglichen Individuums" geschiedt derhalve al spoedig. Van verbetering van militaire misdadigers kan daarom nauwelijks sprake zijn.

Op dezen grond kan het strafrecht dus al niet als een middel van militaire opvoeding worden beschouwd, doch bovendien is het dit niet, omdat elk middel van opvoeding in handen van den opvoeder moet berusten, hetgeen noch bij het gewone, noch bij het militaire strafrecht het geval is. Nergens is de strafrechter tevens opvoeder en juist aan de opvoeders — ouders, onderwijzers, enz. — is het recht van crimineele straffen op te leggen geheel ontnomen, terwijl hun tuchtrecht beperkt is. Opvoeden, leiden op den goeden weg, is eene positieve handeling, terwijl straffen, — ik bedoel hier nu ook tuchtrechtelijk straffen — negatief is. De opvoeder moet voorzien — gouverner c'est prevoir — en niet, nadat de verkeerde weg is ingeslagen, door geweld of schrikaanjaging den delinquent rechtsomkeert laten maken. Hij moet integendeel voorkomen, dat die verkeerde weg ingeslagen wordt. Elk ander middel is beter dan straffen 2).

Nu geef ik aanstonds toe, dat dit den opvoeder niet altijd gelukken zal zonder een enkel maal hardhandig op te treden, doch

') Artikel 7 van de Wet van 14 November 1879 Stbl. 191 gewijzigd door artikel 9 van de Wet van 15 April 1886 Stbl. 64. Art. 15 van het nieuwe Wetboek van Militair Strafrecht geeft den rechter de bevoegdheid om het ontslag uit den militairen dienst bij elke veroordeeling tot gevangenisstraf uit te spreken, wanneer hij den veroordeelde op grond van het begane misdrijf ongeschikt acht in den militairen stand te blijven.

2) Dit blijkt ook uit het onlangs ingediende wetsontwerp houdende aanvraag van gelden voor den bouw van tuchtscholen, ter uitvoering van de zoogenaamde Kinderwetten. Deze wetten zelf getuigen reeds van het weinige vertrouwen, dat men in den strafrechter als opvoeder stelt; de Regeering stelt nu voor kleine tuchtscholen te bouwen, waarin wel strenge tucht, maar tevens eene humane opvoeding zal gegeven worden.

Sluiten