Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaruit volgt, dat hij zelf over een dwangmiddel moet kunnen beschikken. Dat dwangmiddel is het tuchtrecht en juist hier komt het subjectieve karakter ervan uit. Het beginsel van individualiseering eischt hier vooral toepassing; niet de daad, maar de dader worde beoordeeld. „Der Vorgesetze wird stets des Satzes eingedenk sein rnüssen: „Si duo faciunt idem, non est idem", und wird stets auf die unendliche Verschiedenheit der Charaktere Rücksicht zu nehmen haben, mit einem Worte, er wird nicht nach der Schablone vorzugehen, sondern zu individualisieren habenHet disciplinaire strafrecht is dan ook een middel van opvoeding, al late men het liefst buiten werking.

Wanneer derhalve een militair zich niet gedraagt, zooals behoort, moet hij tuchtrechtelijk gestraft worden, voor zooverre geen andere en betere middelen bestaan. Ook wanneer dit slechte gedrag zich openbaart in eene handeling, welke door den strafrechter moet algedaan worden. Alleen de opvoeder corrigeert de tekortkoming, voorzooverre deze de militaire huishouding betreft.

De strafrechter is geen opvoeder en kan dit niet zijn, evenmin als het strafrecht een middel van opvoeding is.

§ 5. Snelheid van berechting.

Straf hoeft naast verbetering voor diegenen, welke nog voor verbetering vatbaar zijn, en naast onschadelijkmaking voor de onverbeterlijken, afschrikking ten doel. Zij moet als zoodanig voor den misdadiger eene bittere nasmaak (speciale preventie) en voor het algemeen een leed zijn, dat den misdadiger wacht (generale preventie).

Nu moet de straf, wil zij afschrikken, spoedig op de daad volgen. De indruk door het bekend worden van het misdrijf gemaakt, moet nog niet door den tijd uitgewischt zijn, wil de straf op het publiek uitwerking hebben. Voorzooveel het den misdadiger betreft, moet de straf liefst onmiddellijk op het plegen van het strafbare feit volgen. Dit zal door eene snelle berechting in de hand gewerkt

-) Dangelmaier, Das Disciplinar-Strafrecht und das Princip der Individualisierung. Abhandlungen, blz. 219.

Sluiten