Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minimumgrens overschrijden door er ook besprekingen, die niet tot eene overeenkomst geleid hadden, onder te brengen l).

.3. Er is nu noodig overeenkomst tot plegen van misdrijf tussehen twee of meer personen.

Er wordt natuurlijk niet vereischt eene overeenkomst naar de begripsbepaling van het burgerlijk recht, eene rechtsgeldige overeenkomst; zij is immers eene ongeoorloofde overeenkomst.

Toch zal overeenstemming van wil omtrent het onderwerp der overeenkomst hier zoowel als in het burgerlijk recht noodig zijn.

Dat niet het woord „afspreken", maar „overeenkomen" gebezigd is, zal daarom zijne reden gehad hebben.

Men heeft blijkbaar het artikel gesteld met het oog op personen, die het voornemen hebben aan de overeenkomst gevolg te geven. Wanneer twee personen afspreken een misdrijf te plegen, en beide de bedoeling hebben zich niet aan de afspraak te houden, kan wel van misdrijf geene sprake zijn- Maar die twee zijn ook niet overeengekomen.

Overeenkomst onderstelt altijd het voornemen om eenen band te doen ontstaan, liaar grondslag is altijd de wil der partijen, niet enkel eene verklaring waaruit men den wil zou kunnen afleiden. Die verklaring kan wel — en zal meestal — het bewijs zijn van het bestaan van den wil, maar zij is geene wilsverklaring, geen bestanddeel deiovereenkomst, wanneer zij niet op den wil berust.

Men kan dus wel afspreken, niet overeenkomen zonder den wil om de overeenkomst uit te voeren. De afspraak is iets uiterlijks, do woorden die den schijn van eene wilsverklaring kunnen hebben; de overeenkomst ontstaat uit de verklaring die, op den wil berustende, hem teruggeeft, dus werkelijk eene wilsverklaring is.

Wanneer nu twee personen afspreken een misdrijf te plegen, en ééne doet dat met het voornemen om aan de afspraak geen gevolg te geven, dan zijn zij niet overeengekomen, en is er geene samenspanning: bij ééne der partijen ontbreekt het opzet om samen te spannen, dat beheerscht wordt door het voornemen tot het plegen van het beraamde misdrijf.

Zoo zal iemand die een ander brengt tot eene afspraak tot het plegen van misdrijf, oin hem daarna aan de justitie op grond van art. 9G over te leveren, zijne poging zien falen juist omdat hij zelf niet mede vervolgbaar is: samenspanning, slechts strafbaar voor éénen dader, is ondenkbaar 2).

1) Smult II, eerste druk 21, tweede druk 17.

2) Anders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 5.

De redeneering dezer schrijvers is niet zeer duidelijk. Volgens hen kan niet

Sluiten