Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\olge heeft, die slechts eene tijdelijke onbekwaamheid tot arbeiden, maar geen langdurig' lijden na zich sleept, terwijl de prognose omtrent het waarschijnlijk blijvende van de krankzinnigheid onbetrouwbaar zal zijn. Kon hier de eisch van ongeneeslijkheid niet gelden, de schrijver was daarentegen van oordeel dat een minimum van duur moest worden vastgesteld, dat de krankzinnigheid tot zwaar lichamelijk letsel zou stempelen, en stelde vóór dien duur te bepalen op acht en twintig •lagen, in overeenstemming met liet tijdperk dat volgens art. 14 deiwet van 29 Mei 1841, Stbl. 20 (thans art. 22 der wet van 27 April 1884, Stbl. 06) dient tot observatie, leidende tot de beslissing of eene voortgezette verpleging van eenen lijder in een gesticht al dan niet noodzakelijk is.

1« \ens \ ei langde hij voor krankzinnigheid de meer algemeene uitdrukkmg „storing der verstandelijke vermogens" in de plaats gesteld te zien.

Aan beide voorstellen werd door den Minister van justitie onder bloot® verwijzing naar het geschrift van Dr. Kamaer gevolg gegeven.

' • ,)c Minister schijnt het daarentegen niet noodig geoordeeld te hebben eenen anderen voorslag te volgen, nl. om hier ook als element op te nemen dat de storing binnen eenen zekeren tijd (drie maanden) na het feit dat haar veroorzaakte zich zou moeten geopenbaard hebben.

Wanneer ook na geruimen tijd storing in de verstandelijke vermogens optreedt, kan deze dus nog komen ten laste van hem die ze veroorzaakt heeft: de termijn is onbegrensd.

De vier weken loopen dan ook niet van den dag waarop het feit gepleegd werd, maar van dien waarop de storing zich heeft geopenbaard.

Artikel 83.

Nederlander is hij die dezen staat bezit volgens de wet lot uitvoering van artikel 7 der grondwet.

Met den Nederlander staat gelijk ieder ander wiens uillevering Liij de wet is verboden.

1. Als Nederlander kan, naar luid der Memorie van toelichting, slechts hij beschouwd worden die den staat van Nederlander i) bezit volgens de politieke wet, omdat het strafrecht een deel van het staatsrecht is.

Actueel lielang had de beperking tot de politieke wet bij de invoering

!> De uitdrukking: Nederlander is hij die dezen staat bezit, is niet onberispelijk. Zij zegt toch: Nederlander is hij die den staat Nederlander bezit, of: de staat Nederlander is hij die dezen staat bezit. „Nederlander" is niet een staat maar een persoon.

Sluiten