Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2 van die wet doet de doodstraf vervallen ook waar zij door militaire strafwetten wordt bedreigd, doch alleen ten aanzien van misdrijven in tijd van vrede en niet vóór den vijand gepleegd. Men onderstelde hier alzoo de mogelijkheid van misdrijf vóór den vijand en tocli in tijd van vrede gepleegd, het bestaan van eenen vijand alzoo in tijd van vrede.

Dit art. 2 is van kracht gebleven ook na de invoering van het wetboek van strafrecht. Wat daar nog tijd van vrede heet, wordt in het wetboek dns als tijd van oorlog beschouwd; buiten do gevallen van dreigenden en van uitgebrokenen oorlog zal er toch wel geen vijand zijn.

3. Tijd van oorlog wordt daarenboven geacht te bestaan zoodra de militie te land geheel of ten deele door den Koning buitengewoon is bijeengeroepen, en zoolang zij buitengewoon onder de wapenen blijft.

Deze uitbreiding is ontleend aan de wetten van 29 Maart 1877, Stbl. ">2 en 53, volgens welke oorlog, resp. tijd van oorlog geacht wordt te bestaan zoodra de toestand zóó dreigend voor 's lauds defensie is dat de militie te land hetzij geheel hetzij ten deele buitengewoon opgeroepen is, en zoolang die als zoodanig onder de wapenen blijft.

Het begrip is intusschen meer uitgebreid in het wetboek dan in de genoemde wetten. In deze toch is alleen sprake van oproeping ten gevolge van toestand, dreigend voor 's lands defensie, dat is niet anders dan dreigen van oorlogsgevaar. Deze toestand is intusschen reeds bedoeld in den eersten volzin van het derde lid van art. 87, en in zooverre is er in den laatsten zin van dat lid eene tautologie. Maar de Koning kan de militie ook buitengewoon bijeenroepen in andere buitengewone omstandigheden dan oorlog of oorlogsgevaar (art. 185 der Grondwet, in zóóverre overeenstemmende met het vroegere art. 184). Die andere buitengewone omstandigheden zijn niet nader omschreven; daaronder zal trouwens in de eerste plaats burgeroorlog vallen, die in de Grondwet niet onder oorlog begrepen is.

4. Eene tweede uitbreiding van het begrip is te vinden in de bepaling dat tijd van oorlog geacht wordt te bestaan zoolang de militie te land buitengewoon onder de wapenen blijft. Na eenen geëindigden oorlog bijv. zal de tijd van oorlog blijven voortduren zoolang de militie niet weder naar huis is gezonden.

Tusschen oorlog en tijd van oorlog moet steeds onderscheid gemaakt blijven.

5. In art. 311 2° wordt nog gesproken van oorlogsnood als verzwarende omstandigheid bij diefstal. Hier is van oorlog, niet van tijd van oorlog buiten werkelijken oorlog sprake.

Sluiten