is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat mij geen goedkeuring is gevraagd, noch behoefde te worden gevraagd. De Gedeputeerde Staten hebben de macht toestemming te geven tot de oprichting van eene school; zij hebben hunne toestemming gegeven; vervolgens is aan mij dispensatie gevraagd van de verplichting om een vergelijkend examen te ondergaan; ik heb alle reden gevonden om die dispensatie te verleenen. Ziedaar wat is gebeurd. Dat recht van dispensatie betwist de geachte spreker niet. Ik heb de dispensatie toen en in andere gevallen verleend, waar bijzondere redenen er voor pleitten. Ik merk dit te meer op, omdat de geachte spreker er een verwijt van gemaakt heeft, dat de vrijstelling soms niet is verleend. Ik durf het geval, dat hij op het oog heeft, niet beoordeelen, maar de vorige Minister zou in dat geval wel eens geene genoegzame redenen om van een regel te laten afwijken, hebben kunnen ontdekken.

Het blijkt, geloof ik, uit de behandeling van dit tweede punt, dat willekeur mij ook hier ten onrechte te last is gelegd.

In de derde plaats heeft de geachte spreker willekeur gevonden in de handelwijze van het departement van Binnenlandsche Zaken ten aanzien van een paar gemeenten in Gelderland. Daar bestaat, zooals de geachte spreker liet heeft uitgedrukt, eene verplichte vereeniging van het kostersambt met het schoolmeestersambt. De verplichte vereeniging, zoo zij bestond, zou, volgens de erkenning van den geachten spreker, zijn uiterst onbillijk in zoodanige gemeenten, waar verre het grootste gedeelte van de bevolking behoort tot de katholieke gezindheid. Ik moet zeggen, Mijne Heeren, dat ik mij de zaak niet volkomen herinner, en ik geloof dat ik te dien aanzien op eenige toegevendheid aanspraak mag maken bij de menigvuldigheid en groote verscheidenheid van zaken, die bij het departement van Binnenlandsche Zaken voorkomen. Evenwel is de zaak mij nog eenigszins voor den geest; en wat ik te zeggen heb zal ik ontleenen uit hetgeen 'de geachte spreker zelf heeft aangevoerd. De Gedeputeerde Staten van Gelderland oordeelden, dat volgens het Geldersche schoolreglement in die plaatsen, waar tot dusverre eene vereeniging van het kosters- en het schoolmeestersambt bestond, die vereeniging moest blijven. Zij oordeelden zoo, schoon zij inzagen dat zoodanige toepassing van de bepaling van het schoolreglement, ten aanzien van onderscheidene gemeenten, onbillijk kon zijn. Het gevolg nu, hetzij van dien tweestrijd met zich zeiven waarin de Gedeputeerde Staten van Gelderland zich wellicht bevonden, hetzij van andere omstandigheden, was, dat sedert jaren, eer ik in deze betrekking ben getreden, in sommige gemeenten van Gelderland onderwijzersplaatsen niet vervuld waren op eene regelmatige wijze. Nu komt de zaak tot mij. Zij wordt tot mij gebracht door een rekwest van dezen of genen in de gemeente; het is mij ontschoten, van welke zijde het rekwest kwam; ik zie het Geldersche schoolreglement in, en meen dat het voor een anderen