Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2« November. Hij ,1e beraadslaging ovei bet ontwerp van wet tot vaststelling van bet registratierecht op ,1e brieven van naturalisatie vond de heer van Hall gelegenheid, de wet op bet Nederlanderschap te hekelen

jU ze.de de minister had reeds bij ,1e behandeling dier wet in de Kerkte

ten ei,,de ,,e aanneming te ve,k'^"-

Ik heb den spreker uit de hoofdstad uitdrukkingen hooren bezigen niet betrekking tot de wet op de naturalisatiën en het Nederlanderschap, welke, waren ze niet door hem gebezigd, mij zouden voorkomen geenszins overeen te stemmen met de achting, die elk lid dezer Vergadering aan een genomen besluit van de Vergadering en aan de handelingen der wetgevende macht, verschuldigd is. Ik geloof met dat men eene eens aangenomen wet behoeft goed te keuren "maar i' geloof evenwel dat men dit zou kunnen doen opmerken, zonder in een toon van minachting te vallen.

I)e geachte spreker heeft gezegd, dat de wet zoo onvolkomen was dat ze onze wetgeving zoozeer ontsierde, dat de verdediger van die wet, bij de beraadslaging daarover in de Eerste Kamer, de belofte iad moeten afleggen, dat weldra een nader voorstel zou worden gedaan ter harer verbetering, ten einde op die wijze de aanneming der wet te verkrijgen.

Ik moet, Mijne Heeren, hier twee aanmerkingen maken. De belofte van een voorstel van herziening is niet gegeven om de aanneming van die wet te verwerven. Ik heb ondersteld, toen die belofte door mij werd gedaan, dat die wet ook zonder zoodanige toezegging zou worden aangenomen; maar ik heb die belofte gedaan, en dit is mijne tweede opmer ing, om te herstellen een verzuim, eene vergissing, die hier in deze Vergadering is gepleegd. Het is bekend, dat, bij de behandeling van het wetsontwerp in deze Kamer, dat wetsontwerp meteen ingeschoven artikel is vermeerderd, waardoor de aanhaling van een later artikel in een vroeger artikel, wat het cijfer betreft, onjuist was geworden. Op dit verzuim stuitte men in de Eerste Kamer. Men heeft ' aar gemeend, ondanks de poging, tot herstel van het verzuim aangevoerd ondanks de medewerking door den Voorzitter der Tweede Kamer daartoe verleend, geene de minste verandering in het wetsontwerp te mogen toelaten. Nu scheen mij de fout wel niet gevaarlijk maar het Weef eene verkeerde aanhaling. Om deze te herstellen, heb ik beloofd, dat ik aan de wetgevende macht zou voorstellen eene herziening van de wet, uitsluitend strekkende, om in plaats van dat verkeerd gestelde cijfer het rechte cijfer te zetten.

De heer van Goltstein werpt de schuld voor de ingeslopen fout op den minister. 1

Ik geloof, dat men lang zou kunnen twisten over den persoon aan wicn de schuld te wijten zou zijn van de gepleegde fout. De fout is

Sluiten