Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zich moeten gedragen als de eerste in «Ie provincie, maar doorgaans is dan ook de levenswijze in de provinciën zoo duur niet, dat men die zou mogen vergelijken met het cijfer der behoefte in de eerste steden van het Rijk. Ik heb daarom gezegd, dat de zaak werd onderzocht, en zoolang dit geschiedt kan er op de begrooting geen ander cijfer gebracht worden, dan hetwelk beantwoordt aan de tegenwoordige regeling.

Het tweede amendement is dat van den geachten afgevaardigde uit Arnhem (den heer Mackay). Het geheele betoog, en dit is eene eerste opmerking die ik moet maken, van den geachten spreker en het >etoog van diegenen die hem hebben ondersteund, strekt daartoe zooals men zegt, om de bezoldiging van Gedeputeerde Staten te houden op die hoogte, waarop die bezoldiging tot dusver was. Zooals men zegt, maar eigenlijk, indien ik de kracht van het betoog wel inzie, dan strekt het om die bezoldiging, om dat cijfer te verhoogen, en in' zoover meen ik, dat het betoog te veel bewijst.

Men zegt, hij die lid is van Gedeputeerde Staten kan andere betrekkingen niet waarnemen. Wel, Mijne Heeren, dat was tot dusverre ook het geval, de leden van Gedeputeerde Staten waren meestal van andere betrekkingen uitgesloten. Maar nu vraag ik of het denkbaar is, dat iemand, die eene publieke betrekking bekleedt, welke een vast, hooger of lager, laat het zijn een matig inkomen geeft, en die tevreden is met die betrekking, dat zoodanig iemand die betrekking zal willen laten varen, al mocht men het bedrag der schadeloosstelling van Gedeputeerde Staten met drie of vier honderd gulden verhoogen, om lid dier Gedeputeerde Staten te"worden? Ik vraag, ik zou bijna zeggen, of het in éénig geval denkbaar is, ik vraag vooral of het doorgaans en in de meeste gevallen denkbaar is. Hij die verlangt lid te zijn van de Gedeputeerde Staten, zal, gelijk tot dusver het geval was, iemand wezen die afziet van het bekleeden van andere betrekkingen; die met zijn eigen bijzondere huiselijke aangelegenheden niet zooveel te doen heeft, dat hij niet een gedeelte tijds voor de waarneming van die betrekking zal kunnen afzonderen; die het zich tot eene eer, tot de roeping van zijn leven rekent, voor zoover hij daartoe mocht worden benoemd, de belangen van de provincie, die hij kent, waaraan hij gehecht is en gaarne deelneemt, mede te helpen waarnemen. Ik geloof, dat het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten in den regel alleen door zulke personen zal worden begeerd en waargenomen. Welnu, die personen zullen vragen, dat zij eene schadeloosstelling erlangen eenigszins geëvenredigd aan hunne werkzaamheden. Indien dit nu waar is, indien ik met juistheid de klasse en den toestand der personen heb gekenmerkt waaruit tot < Uover de leden van Gedeputeerde Staten voortkwamen en waaruit zij ook voortkomen zullen in het vervolg, dan vraag ik wat het za afdoen, dat men hunne bezoldiging met drie honderd gulden tiiorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1850—1851. 5

Sluiten