Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de commissie oordeelt dat haar werk op het een of ander punt een wezenlijk gebrek heeft, dan kan zij zich tot mij wenden, met de verklaring dat dit of dat gewichtig gebrek aanwezig is, met het verzoek, dat een voorstel van wet worde gedaan, om dat gebrek te verhelpen. Maar wat is nu gebeurd? De commissie opmerkzaam gemaakt, dat hare handelwijze niet kon worden gedoogd, dat niet op die wijze eigenmachtig kon worden veranderd, en dat gedrukt moet worden hetgeen bij de wet is vastgesteld, heeft daarin berust; alle correctiën zijn wederom ingetrokken, en nu gaat het drukken geregeld voort. Indien nu die Pharmacopoea een corpus juris pub Hei ware, dan zou ik misschien op mij nemen hier of daar tc beoordeelen, of de gemaakte veranderingen van dien aard zijn dat eene nieuwe wetsvoordracht daaromtrent noodig ware, nu moet ik het aan de commissie overlaten en ik vertrouw van haren ijver en hare kennis dat zij niet in gebreke zal blijven, wanneer zij mocht overtuigd zijn dat sommige punten eene wezenlijke verandering eischen, mij dit te kennen te geven.

Waarom, zoo vroeg Je lieer Metman, weid thans door den minister niet de verzekering gegeven, dat binnen een zeer kort tijdsverloop het werk der commissie zou worden in het licht gegeven.

Ik moet den geachten spreker (den heer Metman) een tweeledig antwoord geven. De Minister van Binnenlandsehe Zaken is noch nit moeilijk, noch ooit moeilijk geweest om tot de openbaarmaking te besluiten, zoodra daartoe genoegzame aanleiding bestond. Het is, meen ik, gebleken, uit het verhaal, dat ik de eer had aan de Kamer te doen, dat voor die openbaarmaking van het werk der geneeskundige commissie volstrekt geene genoegzame aanleiding bestond. Had de commissie zelve daartoe aan mij den wensch kenbaar gemaakt, ik zou daarin eene aanleiding gevonden hebben; maar dat is niet gebeurd, en ik moet ook na hetgeen door den geachten vertegenwoordiger, lid der commissie (den heer Godefroi), daaromtrent gezegd is, nog verlangen, dat indien de commissie inderdaad dien wensch blijft koesteren, zij zich tot den Minister wende, met opgave van de redenen waarom, en dan zal men zien, dat wanneer ik meen genoegzame aanleiding te hebben, er van mijne zijde tegen de vervulling van dien wensch niets in den weg zal worden gelegd.

In de tweede plaats moet ik zeggen, hoe ik mij voorgesteld had in deze zaak te handelen, en ik geloof dat de spreker, na dit te hebben gehoord, de redenen van mijn gedrag beter zal kunnen bevroeden. Ik had mij het volgende voorgesteld. Nadat de wetsontwerpen der commissie zouden zijn onderzocht, nadat het resultaat van dat onderzoek aan mij zou zijn voorgedragen, en door mij, als in elk geval met de verdediging van die ontwerpen belast, zou zijn nagezien, dan was mijn voornemen diezelfde commissie te blijven raadplegen; dan

Sluiten