Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danige wet te geraken, zonder de hulp van eene commissie van deskundigen en van rechtsgeleerden tevens in te roepen. Maar ik heb gemeend, dat, eer de commissie kon worden samengesteld, onderscheidene bouwstoffen uit de verschillende provinciën moesten worden bijeengebracht, bouwstoffen, welke die commissie zal moeten gebruiken, en die ze mijns inziens gereed behoort te vinden, wanneer zij vergadert om hare taak te beginnen.

De geachte spreker heeft eene aanmerking gemaakt op hetgeen met een woord dezen ochtend door mij is gezegd. Ik heb de Vertegenwoordiging van sommige provinciën aangespoord met het maken of herzien van reglementen voort te gaan, zonder te wachten op die wet. De geachte spreker zegt: wat baten zulke reglementen zonder coërcitieve maatregelen? De geachte spreker heeft bij die vraag gewezen op de kust van Delfland. Ik antwoord hem, Mijne Heeren, dat aan de Provinciale Staten, wanneer zij reglementen maken of herzien, de bevoegdheid om coërcitieve maatregelen te nemen geenszins ontbreekt, en ik geloof dat juist ten aanzien van dat voorbeeld, hetwelk de geachte spreker heeft aangevoerd, eene herziening van het reglement niet alles, maar veel zal kunnen afdoen.

De geachte spreker, afgevaardigde uit Rotterdam, is van den waterstaat gekeerd naar den vasten wal, naar de spoorwegen, en heeft gewaagd van den Rijnspoorweg. Daarover is een woord gezegd door mijn ambtgenoot voor de Buitenlandsche Zaken. Ik zal er dit bijvoegen. Over de te nemen maatregelen tot aansluiting, welke der Regeering voorkomt in het belang van den omgang met Duitschland, in het belang van den handel volstrekt te worden vereischt, wordt op dit oogenblik onderhandeld met de maatschappij van den Rijnspoorweg, en ik vertrouw dat tengevolge dier onderhandeling — met dergelijke lichamen is in den regel onderhandeling van langen adem — binnen een tamelijk tijdsverloop aan de Vertegenwoordiging zal kunnen worden voorgelegd het plan van de maatregelen, die de Regeering meent te moeten beramen, en om welke tot stand te brengen, de hulp der Vertegenwoordiging zal moeten worden ingeroepen.

Het is hierop, dat de Koning ook bij het uitspreken van de troonrede tot opening dezer Vergadering, inzonderheid het oog heeft gehad.

Hierna, Mijne Heeren, mag ik nog wel bij den aanvang der discussiën over deze afdeeling een enkel woord spreken over de cijfers in de beide eerste artikelen vervat.

De geachte spreker, afgevaardigde uit Arnhem, heeft gewaagd van onze legermacht tegen het water, als onzen vijand beschouwd.

Het personeel, waarvan in het eerste artikel sprake is, mag dan wel als de staf van dat leger worden aangemerkt, en nu, geloof ik, te mogen doen opmerken, tot aanvulling van hetgeen ik de vrijheid nam dezen morgen in het midden te brengen, dat bij de verhooging van de kosten voor de uitvoering van werken vereischt, niet mag

Sluiten