Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ieder jaar zal men uitvoeren hetgeen op de onderscheidene punten het meest schijnt te dringen; een werk, eerst voor dit jaar aangewezen, zal, bij nader onderzoek, tot twee of drie jaren later te verschuiven zijn, wanneer het dan in verband met andere uit te voeren werken beter kan geschieden. Zoo is het hier gelegen. Wat zal het verschil zijn? Zoo als nu het plan geschreven is in den uitgewerkten en toelichtenden staat, was er tweeërlei opzet. Het eene is den IJsel benedenwaarts te verruimen, ten einde hem vatbaar te maken meer water af te voeren, het andere is bovenwaarts eenige verruiming aan den mond van de rivier te brengen, waaruit de vrees geboren is, dat althans onder sommige omstandigheden de IJsel meer water zou kunnen ontvangen dan tot dusver. Nu zal, naar de zoo even door mij gedane verklaring, in het volgende jaar het laatste gedeelte blijven rusten en daartegen meer gedaan worden om de vatbaarheid van den IJsel tot afvoering van water uit te breiden. Er wordt dus niets in liet plan gebroken; er is slechts verschikking der tijdstippen van uitvoering. Ik wensch, Mijne Heeren, en ik neem de vrijheid dit bijzonder aan te dringen, in staat te worden gesteld, om tien duizend gulden elders aan den IJsel te besteden op punten, waar verbetering in de eigen richting van het plan, niet minder noodig is, dan op het punt, waar zij volgens den toelichtenden staat zouden dienen. Hetgeen nu, in 1851, met die tien duizend gulden wordt gedaan, zal men minder behoeven te doen in een der volgende jaren.

Toen, na deze mededeeling, de lieer Dullert zijn amendement introk, verklaarde de heer Gevers niet te vatten welke kracht nog aan een toelichtenden staat was toe te kennen, wanneer de regeering na eene simpele verklaring in de Kamer afgelegd, aan dien staat niet verder gebonden scheen.

Ik geloof dat ik kan volstaan met een enkel woord te antwoorden op de bedenking van den geachten spreker uit Leiden. Ik zal nu niet zeggen, dat hetgeen thans aan de goedkeuring onderworpen wordt, is het cijfer van het artikel zelf, en dat, hetgeen in den uitge werkten en toelichtenden staat wordt vermeld, slechts de gronden zijn, waarop de aanvrage van dat cijfer steunt. Ik zal daarover niet uitweiden. Maar ik zal dit zeggen, hetgeen gewis ook den geachten spreker volkomen zal geruststellen, wanneer ik in deze Vergadering verklare, dat een zeker gedeelte van het cijfer, bij de begrooting toegestaan, zal verkrijgen eene bepaalde bestemming, dan zal die verklaring wel hebben zooveel waarde, al» hetgeen in den uitgewerkten en toelichtenden staat is gedrukt. Deze verklaring, die later komt, is openbaar; deze verklaring, hier mondeling gegeven, is, meen ik, even goed, alsof zij door mij schriftelijk gegeven ware. Wil de geachte spreker deze mijne verklaring beschouwen als een amendement op den uitgewerkten en toelichtenden staat, ik heb er niet tegen. In allen gevalle zal hetgeen nu door mij is gezegd, althans evenveel kracht hebben, als

Sluiten